zondag 24 november 2013

Sint Nicolaas, goedheilig man

Sint Maartin op 11 november, luidt het begin van het lichtjes tijd in. De dagen worden korter en het wordt sneller donker s ‘avonds. Niet al te veel later komt de Sint aan en vangt ook de Adventstijd aan. Gezellige, knusse dagen binnenshuis komen er aan. Het is de overgang van licht naar donker, ban buitenleven naar ‘ binnen-leven ‘ – in huis zowel als in het innerlijk bewustzijn. Voorbij nu de zorgeloze zomerdagen van heerlijke uitjes in de natuur, bloemen en plantengroei in overvloed. De herfst brengt wind en regen en vaak ook storm. De vruchten zijn gerijpt en de bladeren vallen van de bomen en struiken. Nu beleven wij eerst een rusteloze overgang en straks breekt het stillere jaargetij aan.
In de mensheidsontwikkeling kunnen wij het vergelijken met het bewustzijn van de Christus-krachten die nu in de aardesfeer aangekomen zijn. De feesten in dit jaargetijdenvormen een gang, een weg naar het eigenlijke feest van de geboorte.
Het feest van Sint Nicolaas is een heel bijzonder feest. Vaak zijn er ook nog stormachtige dagen, of atmosfeervolle mistvorming. Langzaam komt de stilte nader.
Zoals bij alle legenden, is er een historische achtergrond waaruit dan een “beeld” ontwikkelt rond de persoon en zijn verhaal. Het verbeeld een stukje geestelijke “waarheid”. Ook de mythologische verhalen van vroeger boden eenzelfde type ervaring voor het bewustwordingsproces van de mensheid. De mensen beleven ook in de huidige tijd een stukje voeding voor de ziel en/of een geestesverruiming wanneer de feestdag gevierd wordt. Het meeleven met de feestgetijden biedt de gelegenheid om als het ware een inwijdingsweg te gaan, wanneer men het innerlijke proces aangaan.

Wij denken misschien vaak dat Sinterklaas een echt Nederlandse feest is, maar er zijn velen landen waar het Nicolaasfeest gevierd wordt. Een kleuterjuf in Amerika heeft een interessante website waar zij alle verschillende feesten beschrijft. Leuk om daar even een kijkje te gaan nemen:
Er is zelfs een stukje op deze website over de Zwarte Piet dilemma momenteel hier in Nederland, voor belangstellende.
Interessant is even te noemen dat Zwarte Piet al in de vroege Middeleeuwen als helper van Sinterklaas zijn opwachting maakt – lang voor de ontdekkingsreizen, slavernij of kolonisatie! In Spanje werden in die tijd de invallen van Moren afgeweerd.
Zwarte Piet was dus vermoedelijk geen knecht maar een islamitisch handelaar, die de aartsbisschop van Myra  (Turkije) hielp bij onder andere het verspreiden van voedingswaren onder arme kinderen. Pas in de 19de eeuw verwerd hij tot de stereotype van de komische neger, schrijft afrikanist Louïse Müller. Dat is dan een heel ander beeld als een ondergeschikte slaaf!
Piet is een karakter vol vitaliteit. Hij is beweeglijk, speels en watervlug. Hij is wakker maar kan ook domme dingen doen omdat hij doet voor hij denkt. Hij is een echte plaaggeest, bruist van levensvreugde

In haar artikel ‘The Evolution of Zwarte Piet’ stelt de schrijfster van de website http://www.stnicholascenter.org/pages/zwarte-piet/ dat de schrijver Jan Schenkman in 1850 voor het eerst Zwarte Piet afbeeldde als een negroïde karakter.



In Duitsland, in het stadje St Blasien, is een mooi ode aan Nicolaus, Bischop van Smyrna  in het prachtige marmeren "Dom van licht en ruimte"















Ja, het is natuurlijk altijd al zo geweest dat tradities veranderen, door de tijden heen en ook als gevolg van de culturen waarbinnen zij levend blijven. Waar de veranderingen op een natuurlijke wijze plaatsvinden, is het meestal wel een gezond metamorfose. Soms evolueer een feest ook wanneer de omstandigheden veranderd zijn en een nieuwe fase ingetreden is. De mensen veranderen ook, en krijgen nieuwe inzichten. Zo verandert geleidelijk aan het idee van de zak waar stoute kinderen in gedaan worden en de roede waarmee ze zogenaamd geslagen worden, door nieuwe inzichten in een meer kindvriendelijke benadering.
Archetypische Oerbeelden
Wat echter belangrijk is om te weten, is dat het hier om oerbeelden gaan die wij niet lukraak moeten veranderen, of vanwege polities correcte dwangideeën. Dat lijdt er langzaam aan een foutieve beeldvorming zonder dat wij er van bewust zijn en ontstaan de karikaturen van Walt Disney (Santa Claus, Sneeuwwitje) die niets meer te maken heeft met de oorspronkelijke figuren.
Laat Piet niet veranderen vanuit een foutief beeldvorming, maar vanuit de waarheid dat achter het uiterlijke beeld schuilt gaat.
Arnold-Jan Scheer, journalist, televisiemaker en auteur van Wild Geraas kent vele verschillende tradities van het vieren van Sinterklaas en zijn knecht. Volgens hem is Zwarte Piet een archetype, net als Sinterklaas zelf, een hybride wezen, het resultaat van wat ze in de godsdienstwetenschap noemen: syncretisme. Hij speelt een rol, zoals iemand die de nar speelt of in travestie gaat tijdens carnaval. Daarmee worden ook geen vrouwen beledigd. Hij is de ongrijpbare knecht van Sinterklaas, de vrolijke tegenhanger, Tijl Uilenspiegel, Jack Sparrow, Pan, Arlequino (die ook een zwartgemaakt gezicht heeft), de sjamaan, de duivel zoals Rome hem afschilderde, de genezer. Hij is altijd sluwer dan de clerus, de magistraten, de intellectuelen en de mensen op posities, die hem tot slaaf proberen te maken, of met hem proberen te sollen.

Arnold-Jan Scheer zegt verder: Het zwartmaken van het gezicht tijdens de jaarwisseling gebeurt van Engeland tot Macedonië, ontdekte ik, tot op heden. En nog verder naar het oosten. In Perzië wordt de komst van het nieuwe jaar, van de tijd van Zara-thustra tot nu, gevierd met zich dwaas gedragende zwartgemaakte jongemannen die dansen in een felgekleurde hansop, een week lang. Wanneer deze zwartgemaakte mannen verdwijnen, verschijnt een grijsaard met een lange baard die geschenken brengt, waaronder kiemen en noten. Deze traditie wordt door de islam bestreden, maar op het platteland gevierd. Ook Iraniërs in Nederland doen dat. …. De geschiedenis begint niet in 1850. Als je alleen het laatste stukje ervan meeneemt, slaat deze hele discussie nergens op. Zwarte Piet is geen slaaf, integendeel. Hij laat zich niet temmen. Hij duikt steeds weer op. Hij is ongrijpbaar. Hij is van het volk.
Jij kunt hem ook zien als de hofnar ons bekend uit de middeleeuwen. Hij mocht de leden van de hofhouding en zelfs de koning uitdagen door zijn humoristische opmerkingen, zonder gestraft te worden. Vanuit een andere hoek kunnen wij hem zien als ons dubbel - hij maakt onze zwakheden zichtbaar.

Kortom, Zwarte Piet is de mens zelf, in zijn wordingsproces. 













Indien wij Piet willen veranderen, dan niet vanuit een foutief beeldvorming, maar vanuit de “ware ” geestelijke  beeld dat achter het uiterlijke beeld schuilt gaat.













Welke beeld gaat daar achter de Sint schuil?
Helaas zijn wij in de loop der eeuwen het natuurlijke vermogen om de beelden die achter de feesten schuil gaan herkennen, kwijt geraakt.
Men is het erover eens dat de sinterklaastraditie veel ouder is dan de 19de eeuw en dat het een internationaal fenomeen is. De meningen over de exacte oorsprong van het Sinterklaasfeest lopen zeer uiteen en verschillen natuurlijk ook van land tot land.

Al lang voor de Christelijke era hebben de Germanen de god Wodan vereerd. In de oude mythologische verhalen wordt er dikwijls naar een toekomst verwezen, als men in staat zijn deze beelden te herkennen, zal men ook weten dat er naar het komende neerdalen van een goddelijk wezen op aarde, het zonnewezen, Christus, verwezen wordt. Zo-ook kunnen wij kwaliteiten en wezens tegenkomen in deze verhalen, die verwijzen naar kwaliteiten van het menselijk bewustzijn of aspecten van de mensheidsontwikkeling, hiërarchische of goddelijke wezens.


Wodan of Odin behoorde tot het rijk der aartsengelen en was de leidende volksgeest van de Germanen. Wodan was de Alvader en de engelen stonden hem bij. De volkeren moesten ondersteund en begeleid wordt om tot “Ik-drager” te kunnen worden, in andere woorden om zelfbewustzijn te ontwikkelen.
De volksgeest Michael heeft aan het eind van de negentiende eeuw een nieuw taak op zich genomen en is daarbij ook zelf een stap verder in zijn ontwikkeling gekomen (als Archai). Hij is de leidende geest van onze tijdperk geworden. Michael is een heel bijzonder wezen. Hij was ook de bewaarder van de kosmische intelligentie. Deze heeft hij nu losgelaten en het is op aarde gekomen. Het is als het ware in handen van de mensheid gevallen! Michael heeft als grootse taak ook het tot stand te brengen van een nieuwe kosmopolitische vermenging van culturen. De grenzen tussen de volkeren en rassen moeten steeds meer vervagen en daardoor voelen wij ons uiteindelijk primair deel van de mensheid als geheel. Het is niet meer het bloed waardoor wij ons verbonden voelen met de ander, maar de geestelijke verwantschap.

  Michael heeft vele “gezichten” – wij kennen hem vooral als de overwinnaar van de draak (beeld voor de krachten die de mens aan het materiële willen ketenen) Hij is ook Michael met de weegschaal – dan weegt hij onze daden en dus in hoeverre wij het goede nastreven en het kwade laten. De schilder David Newbatt heeft een prachtige reeks van 12 schilderijen, elk met een ander aspect van Michael in ieder sterrenbeeld! 

Michael in het sterrenbeeld van de Vissen.
De gehele kosmos is hierbij betrokken, uitgebeeld door de zodiak of dierenriem.
Als contrast in de voorgrond figuren die op de vraag “Ben ik de hoeder van mijn broer” negatief reageren. In het middengebied zijn er vaagweg figuren zichtbaar die het tegenovergestelde uitbeelden. Zij nemen de zorg van hun broeder op zich.




Afb. David Newbatt, Michael als leidende geest in de huidige tijdperk.



Sinterklaas brengt het werk van Michaël in beeld, op een specifieke wijze in beeld, net zoals het verhaal van Sint Joris, dat op een andere wijze met andere beelden doet.
Michael verschijnt dus in vele vormen. De Germaanse mythologie heeft hem Odin (Wodan) genoemd. De zoon van Wodan, Widar speelt hier ook een belangrijk rol. Widar is de beschermengel van de Boeddha! (Wie hier meer over willen lezen verwijs ik o.a. naar GA 114, GA 130 van de werken van Rudolf Steiner, het boek van Alice Woutersen-van Weerden, “Tussen Wodan en Widar”, Prokofieff’s “Cycle of the Year as Path of Initiation Leading to an Experience of the Christ-Being: An Esoteric Study of the Festivals “ ) De beschermengel van Boeddha krijgt een nieuwe taak omdat Boeddha zijn aardse incarnaties voltooid heeft. Hij zou naar een volgende rangorden kunnen gaan, maar hij bleef vanuit de geestelijke wereld met de Boeddha samenwerken om de geboorte van het Jezuskind voor te bereiden.

Zo beschrijft Alice Woutersen-van Weerden dat Michael ’s daad van de overwinning over de draak, een is van het verleden en dat Widar zijn taak, het overwinnen van de Fenris-wolf, een is van de toekomst. Tussen deze twee gebeurtenissen in, is de offerdaad van Christus gebeurd, zodat de mens de mogelijkheid krijgt om zijn individuele ik-ontwikkeling te ontwikkelen. Het is een wederzijdse taak.

Widar kan de leugenwolf verslaan indien wij mensen onze overschotkrachten hiertoe beschikbaar stellen. Widar overleefd was een van de weinige de schemering van de goden, Ragnarok. Zijn taak licht in de toekomst. Hij kan de leugenwolf overwinnen met de kracht van een schoen gemaakt uit stukjes overschot leder van de schoenen van de mensen. Schoenen zijn vaak een beeld voor ‘de levensweg’ Wanneer de mensen dus iets van hunzelf afstaan, kan Widar zijn taak uitvoer- vandaar de overschotkrachten.


De sluimerende, verduisterde bewustzijnskrachten komen tot ontwikkeling. Het egoïstische lagere ik wordt overwonnen, gezuiverd en gestuurd door de bewustzijnskrachten. Daarom heeft Sinterklaas een witte baard, een wit kleed en een witte schimmel. Zijn paard brengt hen overal snel waar hij wilt zijn, Wodan had zijn achtvoetige paard.





Wodan had twee raven die de wereld bespiedde en alles wat er gebeurde aan hem overbracht – boodschappers. Zo heeft de Sint zijn Pieten….

Sinterklaas schenkt met een warm hart aan de kinderen cadeaus. In zijn boek (beeld voor het Akasha kroniek waar alle daden van de mensen zichtbaar zijn. Het zijn deze beelden van ons eigen handelen en gang door het leven, die wij na de dood weer schouwen) Met een lach en wat humor worden de kinderen bewust gemaakt waar zij aan moeten werken in zichzelf. Bij dit alles heeft de Sint de hulp van zijn knecht(en) nodig. Ook zij geven zonder aan zichzelf te denken aan de kinderen, zij strooien zoetigheid rond. De pepernoten waren vroeger iets pittiger en minder zoet als hedendaags het geval is. Het hoort bij dit feest omdat de pittige kruiden, de peper en het zout een wakker makende werking heeft.
De volwassenen schrijven aan elkaar gedichtjes bij de cadeaus die zij elkaar schenken. Op humoristische wijze wordt aangegeven waar de ander misschien een tekortkoming heeft of een minder gewaardeerde eigenschap waaraan gewerkt zou moeten worden. De Sint strijkt over zijn hart en geeft uit overschotkrachten.
Jij zou kunnen zeggen dat wij onderweg zijn om van Piet tot Sinterklaas te worden. De mens op weg naar zijn hogere Ik.


De eerste adventsweek valt samen met het Sinterklaasfeest. Het lichtkind wordt straks in ons geboren. Er moet plaats voorbereidt worden hiervoor in onze innerlijke wezen, wij kunnen elkaar vergeven en met een schone lei weer beginnen.





maandag 4 november 2013

Artikel over Sint Maartin

Sint Maarten, nabijheid van een wereld over de drempel


Afbeelding: Whistler Waldorf School-  Grade 2, Mrs Reynolds

Het Sint Maartensfeest valt in de  novembermaand. Met Allerheiligen en Allerzielen op 1 en 2 november begint er een periode waarin de wereld van de doden heel dichtbij komt. Dat sluit aan bij uiterlijke ervaringen in de natuur. Het plantaardige en dierlijke leven trekt zich terug en laat ons een herinnering, maar ook een verre toekomstverwachting.
Haarlem in de jaren vijftig. Het is november en ge­meen koud. Met een vriendje loop ik op straat en ik houd een lampionnetje in de hand. Het kaarsje dat er middenin zit blijft moeilijk aan, want het waait nogal en ik kan van de kou het stokje niet stil houden. We spreken af dat ik als tweede zal gaan, zodat hij mag aanbellen. Het is bij mensen waar al­tijd zo’n muffe geur uit huis komt en het idee om daar nu juist snoep van te krijgen trekt me niet echt aan. Maar kom, het is voor het goede doel, na­melijk de snoeptrommel en braaf zingen we ons liedje. We blijken de tweede aanbellers die avond en dat ontmoedigt toch tijdens het zingen. Geluk­kig duurt het niet lang, want mevrouw vindt het al­lang best en maakt duidelijk dat het ‘écht prachtig’ was en dat ze gauw iets zal halen. Omdat het zo koud is komt het wel goed uit dat we verder mo­gen en het gevoel van concurrentie doet onze snelheid aanzienlijk toenemen. In draf rennen we langs de huizen, zingen snel ons deuntje en in mijn herinnering was dat niet anders dan ‘Sint Maarten, Sint Maarten, de koeien hebben staarten, de meis­jes hebben rokjes aan, daar komt Sinte Maarten aan’. Daarna begon het weer van voorafaan, en de tekst heeft me nooit volledig bevredigd. Ik miste de diepgang, maar ik begreep ook eigenlijk niet waar het op sloeg. Het was meer een soort bezwe­ringsformule, waarmee je buurtgenoten snoep en fruit uit de zak trommelde. Toch was het steeds spannend, want het lopen met een lichtje in de donkere avond heeft iets ongewoons en je moest steeds slikken als de deur openging en het liedje opnieuw ingezet werd. Iets om bang voor te zijn blijkbaar, een soort zenuwen, direct lijkend op plankenkoorts. Ik herinner me ook een keer dat ik niet durfde, omdat ik er te oud voor werd en niet meer met een lampion voor gek wilde lopen, en dat de concurrentie bij ons aanbelde. Zelden heb ik kinderen zo benijd als toen, omdat zij het snoep van mijn eigen moeder kregen en ik niet. Het werd ineens nog kinderachtiger dan ik al vond. De laatste keer heb ik vol overtuiging gelopen en gezongen, maar toen had ik me als zwarte Piet vermomd, een opzettelijk abuis dat mijn ouders me nogal kwalijk namen maar ik voelde me veilig achter de façade van een ander jaarfeest. Sint Maarten verdween achter de horizon om pas weer tevoorschijn te komen toen mijn kinderen zover waren dat ze met een
lam­pion of uitgeholde voederbiet over straat mochten lopen. Het was pas in die tijd dat ik ontdekte dat deze manier van Sint Maarten vieren in Nederland niet algemeen gebruikelijk was en dat ik het geluk had gehad in Haarlem op te groeien, waar het als traditie nog leefde.
Eerste heilige
Er zijn nogal wat liedjes over Sint Maarten, maar daaruit wordt niet duidelijk wat hij voor een mens geweest is. Een volksheilige wordt Martinus van Tours genoemd, omdat hij zo tot de verbeelding sprak door een ogenschijnlijk eenvoudige daad van barmhartigheid en naastenliefde. Hij leefde ongeveer van 316 tot 400 en op zestienjarige leef­tijd ontmoette hij voor de stadspoort van Amiens een halfnaakte en totaal verkleumde bedelaar. Met zijn zwaard sneed hij zijn rode soldatenmantel in tweeën en gaf de arme, die een aalmoes vroeg, de helft. Hoewel niet gedoopt, was Martinus leerling in het christelijk geloof en ‘s nachts zag hij Christus met zijn weggeschonken mantelhelft, die tot hem sprak: ‘Wat je aan de bedelaar gaf, heb je aan mij ge­geven. ‘
Voor deze sterfelijke daad werd hij als eer­ste heilige in de historie vereerd. Het was in die tijd kennelijk iets volkomen nieuws om zo’n daad van liefde voor de medemens te stellen. Het duurt nog lang voordat Martinus na intensieve innerlijke scholing tenslotte de bisschopsmantel ontvangt. In de sprookjeswereld kom je het motief van schenken in deze zin tegen in Grimms Sterren­daalders. Een arm klein meisje, dat niets meer be­zat op deze wereld dan haar kleren en een stuk brood, trekt vol vertrouwen het veld in. Ze ontmoet vijf mensen die haar om een gunst vragen: een arme hongerige man schenkt ze de helft van het brood, een verkleumd kind krijgt haar mutsje, een volgend kind mag haar borstrok aan, weer een kind ontvangt haar rokje en tenslot­te in een donker bos wordt door een laatste kind haar hemdje gevraagd. Toen ze helemaal niets meer had, stond ze open en bloot onder de hemel en de sterren vielen als zilveren daalders op haar neer. In een nieuw linnen hemdje, dat ze plotse­ling ontving, kon ze de daalders verzamelen en in rijkdom de rest van haar leven slijten.
Dergelijke legenden en sprookjesbeelden spreken een taal die dieper is dan het beeld in eerste instan­tie doet vermoeden. De mantel en hemdjes zijn di­recte omhullingen voor de mens en je kunt ze als beeld opvatten voor lagen van de ziel. Je moet vaak veel afleggen en jasjes uittrekken voordat er iets zichtbaar wordt van de echte mens in je, de wezen­lijke kern waar het om gaat. Pas na het volledig wegschenken van alle schijnlagen kom je helemaal op jezelf te staan en kan een ontlediging, om met de middeleeuwse mystici te spreken, plaatsvin­den. Hierin kan dan een binnenwereld ontstaan die ons weer verbindt met een oorspronkelijke wereld. In zo’n situatie bevinden zich Martinus en het sprookjesmeisje en het goddelijke openbaart zich aan hen op verschillende wijzen, als visioen of als geschenk uit de hemel.
In ons dagelijks leven zullen we niet gauw jassen halveren en wegschenken, of anderszins funda­mentele offers brengen. Toch kun je in de situatie verkeren, aan de grens van je bestaan gekomen, dat je even een inspiratie ‘van boven’ ontvangt en een soort hulp of beloning krijgt waarmee je weer verder kunt. Dat kan in een ernstige crisis zijn, waardoor je gedwongen wordt bijna allezekerheden die je hebt op te geven. Op het aller­laatst kan je die kern van jezelf te pakken krijgen, waardoor je weer levenszekerheid hervindt. Of dat kan zijn als je voor een stervensmoment komt en je op het punt staat je leven te offeren. Op zulke momenten (zie het werk van onder andere Elisabeth Kübler-Ross) wordt de ervaring van een an­dere wereld heel tastbaar en reëel. Achter ons ge­wone bestaan blijkt dan een wereld te verschijnen, waarin licht en goedheid een overweldigende ge­nadekracht schenken. Wellicht moeten we eerst sterven, zoals het sprookje van de Sterrendaalders doet vermoeden, om de volledige ervaring van een inspiratieve wereld te ondergaan. Martinus krijgt een stukje daarvan te pakken door zijn daad, waardoor kennelijk een kracht wordt losgemaakt die bijzondere vermogens schenkt.
Vergankelijk
Het is in dit licht niet verwonderlijk dat het Sint Maartensfeest valt in de novembermaand, die van­ouds als doods- of slachtmaand bekend staat.
Al­lerheiligen op 1 november en Allerzielen op 2 no­vember luiden een periode in waarin de wereld van de doden heel dichtbij komt en vaak bewust wordt herdacht. De innerlijke ervaring van de na­bijheid van de dood en dus de nabijheid van een wereld die over de drempel van het gewone leven gaat, sluit aan op de uiterlijke ervaringen in de na­tuur. Het stervensproces is in volle gang, al het plantaardige en dierlijke leven trekt zich terug in de aarde, die in al zijn contouren voor ons ver­schijnt: boomskeletten, een kalende grond temid­den van vergevorderde rottingsprocessen, een wegstervende kleurenwereld na de laatste herfstopbloei, dieren in winterslaap, zaden en poppen. Alles wordt weer in de kiem en tot de kern terug­gebracht en alles laat in ons enerzijds herinnering en anderzijds verre toekomstverwachting achter.
De toverspiegel van de zomer die de natuur ons voorhield, is verdwenen, waardoor de essentie overblijft. Door dit uiterlijke gebeuren worden we in onze binnenwereld ook naar de essentie ge­bracht en niets is beter geschikt om dat op te spo­ren dan de vergelijking tussen de vergankelijkheid van je eigen bestaan en de eeuwigheid van de ge­storvenen. Op zulke momenten kun je vaak scher­per doorzien wat wezenlijk en onwezenlijk aan je eigen leven is dan op andere momenten van het jaar. Op een interessante manier worden de doodskrachten in de natuur zichtbaar gemaakt door kiemproeven met granen. Ik heb aan roggeplanten kunnen zien hoe de kiemkracht in de maand november opvallend lager is dan in de maanden ervoor en erna. Zo kun je een proefreeks opstellen, waarbij percelen ingezaaid worden in de maanden van het dalende licht, vanaf augustus tot december en de daaropvolgende maanden met stijgend licht, vanaf de winterzonnewende op 22 december. Met name de novemberplanten blij­ven wat kieming en ontwikkeling betreft
opval­lend achter bij de overige. Op het eerste gezicht zou je verwachten dat de donkerste december­maand of de koudste maanden januari en februari een dergelijk resultaat opleveren, maar kennelijk is voor november in het natuurlijke jaarverloop een speciale plaats ingeruimd.
Verwachting
Het beeld van de uitgeholde voederbiet met een lichtje erin sluit aan bij de stemming en kwaliteit van de novembertijd. Diep verborgen in de aarde, in de kern van een biet, wordt gewezen op een teer licht dat voorzichtig behoed moet worden waar een kiemachtige verwachting van uitgaat. In de zielenwereld komt nu de ruimte om tot een ontluikende essentie te komen. Bij Martinus is het de naastenliefde als jonge en nieuwe kracht, die nog zo onzegbaar is, dat je er nog geen duidelijke begripsmatige invulling voor weet.
Met advent begint er een duidelijker vorm voor die verwachting te komen en gaandeweg neemt het licht in duidelijkheid en sterkte toe. De enkele kaars op de eerste advent brandt niet in het onderaardse wortelgebied, maar staat in de open ruimte hoog in de adventskrans. Het wekelijks toenemende kaarslicht vindt zijn hoogtepunt in de kerstboom, waarin plotseling een zee van licht is opgenomen in de totale gestalte van een boom. Een ritmische ordening wordt daarin zichtbaar van de strenge laagsgewijze takopbouw van de conifeer. Net zoals Sint Maarten veertig dagen voor Kerstmis valt, is veertig dagen erna als een soort symmetrische spiegeling het laatste lichtfeest te vinden in de vorm van Maria Lichtmis (‘candlemas’ bij de Engelsen), een wat onbekende vertegenwoordiger uit de kringloop van jaarfeesten. Daar worden dan de kaarsresten verbrand op het water buiten, of drijvend in schalen in huis. Een gebruik daarbij is dan het springen over de zee van vlammetjes om een soort overwinningsgevoel te krijgen over het licht dat nu in de volle openbaarheid is gekomen.
Drie stappen zie je zo verschijnen, die met drie verschillende aspecten van onszelf in verband staan. Eerst het omhulde, verborgen lichtje, te vergelijken met ons denkleven waarin je op zoek bent naar het lichtje dat ineens ‘opgaat’ en waarin je alleen nog maar kunt vermoeden dat er iets diepers achter zit. Dan het op ritmische wijze geordende licht van de kersttijd waarin duidelijk is geworden waarop het zich richt, het Christuskind als toekomstwezen, waarin met name ons gevoelsleven wordt aangesproken in de innigheid van het kerstfeest. En tenslotte het open en uitbundige licht op 2 februari waarin deze lichtperiode wordt afgesloten en het voorafgaande in daden kan overgaan.
Het wilsmatige daarvan, de bewegingsdynamiek uit zich dan in het springen over het vuur.
Daar komt nog bij dat deze drie gebeurtenissen met verschillende dagdelen samenhangen. Sint Maarten is een typisch avondfeest, wanneer de duisternis net is ingevallen, op een moment dat de dag tot bezinning uitnodigt.
Kerstmis is een nachtfeest gezien de nachtelijke geboorte en de oorspronkelijke ervaringen van de herders.
Maria Lichtmis is traditioneel een morgenfeest waarin juist geen bezinning, maar daadkracht wordt gevraagd.
Zo bezien breekt er met Sint Maarten een tijd aan die het begin is van een lange groeiperiode van innerlijk licht, terwijl het uiterlijke zonlicht  steeds sterker afneemt.                  
(Willem Beekman, Jonas nr. 5, 31-10-1986)

Overgenomen uit:

vrijdag 1 november 2013

St Maarten, een feest voor iedereen



Lied voor Sint Maarten's Spel



Sint Maarten, Sint Maarten,

Sint Maarten reed door sneeuw en wind

Zijn vurig paard droeg hem gezwind,

Sint Maarten reed met licht gemoed

Zijn mantel dekt hem warm en goed.
Een oude, een oude,
een oude man zat langs de baan
en sprak de ridder smekend aan:
"Acht, help mij toch uit deze nood,
`k vind in deez'harde kou mijn dood.
Sint Maarten, Sint Maarten,
Sint Maarten innig aangedaan
blijft voor de arme beed'laar staan.
Hij trekt zijn slagzwaard uit de schee
en snijdt zijn mantel glad in twee.
Sint Maarten, Sint Maarten,
Sint Maarten geeft vol medelij
hem 't grootste stuk en rijdt voorbij.
Sint Maarten reed met licht gemoed
Zijn halve mantel dekt hem goed.
Sint Maarten, Sint Maarten,
Sint Maarten van zijn tochten moe,
legt zich te rusten welgemoed.
Tot loon van 't geen hij heeft verricht,
ziet hij des nachts een helder licht.
Een oude, een oude,
een oude man verschijnt voor hem
en spreekt met zachte hemelstem:
"Ik ben de Goede God, gij gaaft mij
dees mantelhelft uit medelij!"
Link:
Een schat aan liedjes, activiteiten en achtergrond informatie te vinden op Tineke's Doehoek:
http://www.doehoek.nl


Foto van de Vrije School Michael Bussum












Een mooi voorbeeld van het lied van Sint Maarten, zijn verhaal gezongen in het Engels:
Lied van Sint Maarten
















Het feest van Sint Maarten wordt wijdverbreid gevierd
Link:
Een wijdverbreidt feest




vrijdag 25 oktober 2013

Wie is Zwarte Piet?

Zwarte Piet, een geliefde en zeer gewaardeerde kindervriend. Hij is een beeld van het onbezonnen, goedwillende maar soms ten spijten van zichzelf, over de touw trappende kinderwezen! Een echte sanguinischer dus! En wat is meer typisch voor het wezen van het kind?
Zwarte Piet heeft altijd goede bedoelingen – zo ook ieder ongeschonden kind.
Zwarte Piet helpt en bevordert het goede met al zijn hartenkracht - zo ook ieder ongeschonden kind.
Zwarte Piet komt weleens in de problemen en dan moet Sinterklaas hem eventjes streng (maar altijd goedmoedig) aanspreken – welke kind ervaart dat niet?
Zwarte Piet berispt een overtreder weleens – ieder kind weet dat spijt altijd te laat komt. Hij denkt immers niet vooraf na over de gevolgen van een impulsiviteit….. En welke kind wijst niet weleens een ander aan als hij overtreedt zonder te bedenken dat hij het zelf ook weleens overkomt?
Zwarte Piet is een beeld voor het ontluikend kinderlijk geweten en steunt de vorming ervan. Een wakkermakertje dus.
Zwarte Piet geniet van grappen en grollen, is gul (strooit lekkere dingen in het rond)

Kortom, Zwarte Piet is een prachtige, voorbeeld gevende figuur, dat ontstaat is uit de volkstraditie. Een geschenk uit de hemel!

Laten wij hopen dat de volwassenen altijd zullen blijven begrijpen hoe om met dit prachtige kinderfeest om te gaan.

Pieterbaas heeft veel pret en plezier














Zwarte Piet verliest zijn Pepernoten

Pieterman, jij brengt veel pret en plezier

Daarom ben jij altijd welkom alhier!

Maar Zwarte Piet, wiedewiedewiet

Heeft zo een verdriet,



Wat is er toch aan de hand, Piet?

Ag, zegt Piet,

" Ik vind mijn zak met pepernoten niet.

Waar is het toch gebleven,

Wat kan ik de kinderen nu geven?

Ik heb al weer een dommigheid begaan,

Kijk, daar komt Sinterklaas al aan.

Wat zal hij zeggen?

Hoe kan ik het hem vertellen?

Ik heb geen strooigoed om te gooien,

Geen zoetigheid om te strooien."

" Lieve Sint", vertelt Piet,

Ik zit al weer fout

En hoezeer het mij ook benauwd

Ik moet bekennen, mijn pepernoten zijn weg

Ach, waarom heb ik toch zo een pech?"



Maar Sint schudt zijn hoofd en lacht luid. "

Piet, wat ben jij toch een schavuit!

Kijk toch goed om je heen, heus,

Het licht vlak voor je neus."



Piet kijkt om zich heen maar hij ziet niets

Hoe begrijp je nu zoiets?

" Piet, kijk eens op je bed. Wat ligt er bovenop, dan?

Piet wat ben jij toch een slome slaapkop, man!"



En toen zag Piet het pas,

Hij dacht dat het zijn kussen was!

Daar lag zijn pietenzak vol pepernoten!

Piet zwaait zijn zak over zijn rug

En rende achter de Sint aan, vliegensvlug.



















zondag 29 september 2013

Het feest van Michael is een feest van moed. Wij leren van Michael hoe om met daadkracht alle levenssituaties tegemoet  te treden. Wij worden overspoeld met indrukken die ons af willen leiden van onze ware mensheidsdoel. De draak verstrikt ons in het materialisme.
Michael roept ons op om wakker te zijn. hij moedigt ons aan om ZELF onze taak op ons te nemen en de weg terug te vinden naar onze goddelijke kern. Als wij wakker en moedig zijn zal hij ons de weg graag wijzen.
Schildering van David Newbat


Sint Michaëls Boodschap:
Wat ook komen mag
Wat mij ook het komende uur, de volgende dagen brengen mag.
Ik kan het als het mij volledig onbekend is door geen angst veranderen.
Ik wacht het af, met volledige innerlijke rust, in volmaakte zielenrust.
Door angst en vrees wordt onze ontwikkeling tegengehouden.
Wij stoten, door de vlagen van angst terug, wat uit de toekomst in onze ziel opgenomen wil worden.
De overgave aan wat men goddelijke wijsheid in de gebeurtenissen noemt,
de zekerheid dat datgene dat komt komen zal en dat het op de een of andere wijze zijn goede werking zal hebben.
Het oproepen van deze stemming, in gevoelens, in woorden, in ideeën , dat is de stemming van het overgavegebed.
Dat is een van de dingen die we in deze tijd moeten leren, uit louter vertrouwen te leven:
Zonder bestaanszekerheid, uit vertrouwen op de immer aanwezig zijnde hulp van de geest......
Waarlijk anders gaat het in deze tijd niet, als we de moed niet willen laten zinken, laten we onze wil voortdurend sterken en proberen haar te wekken Iedere morgen en avond.
RS



Schildering van Raphael

Met de kinderen worden het feest gevierd in dankbaarheid voor de oogst van het seizoen en er worden spelletjes gespeeld waarbij moed en daadkracht beoefend worden. Vliegeren hoort er vaak ook bij.

Meer over deze feest en hoe het gevierd wordt vindt u hier:
http://www.ontwerpt.nu/vo/vsjaarmichael.html

















Afbeelding van poskaart Dorothea Schmidt
http://www.regenboogschaap.nl


Liedjes, activiteiten en artikelen rond het feest van Michael en de oogstseizoen vindt u hier:
http://www.doehoek.nl

Joris en de draak: Toneelspel
SINT JORIS EN DE DRAAK

Heel lang geleden regeerde er een koning over een stad. Vlak voor de poorten van de stad was een heel groot meer. Daarin woonde een verschrikkelijke draak. Met zijn giftige adem doodde hij iedereen die in de buurt kwam. Al vele malen hebben de bewoners van de stad geprobeerd om de draak te overwinnen, maar steeds had het ondier hen op de vlucht gejaagd. Dan kwam hij tot aan de stadsmuur en verstikte alles met zijn giftige adem. De bewoners van de stad waren bang voor de draak en zijn verstikkende adem. Daarom besloten zij om de draak iedere dag twee schapen te geven.
Maar na verloop van tijd begonnen de schapen in de stad op te raken. Omdat ze zo bang waren, besloten zij om voortaan èèn mens en èèn schaap aan de draak te geven. Geen van de bewoners mocht zich daaraan onttrekken. Steeds weer wees het lot aan wie de volgende dag aan de draak geofferd zou worden. Zo verstreken vele maanden. Op zekere dag viel het lot op de koningsdochter. De volgende dag zou zij buiten de muren aan de oever van de meer moeten wachten. Dan zou het ondier komen om haar te verslinden.
Maar de koning werd diep bedroefd. Hij sprak tot het volk: ‘neem al mijn goud en zilver en neem ook de helft van mij koninkrijk, maar laat mij mijn dochter behouden.’Toen werd het volk boos en riep:’wij hebben ook onze kinderen geofferd. Nu is het lot op uw dochter gevallen. Morgen moet zij gaan om door de draak verslonden te worden.’ En zij dreigden de koning het kasteel met iedereen die er in was te verbranden. Toen smeekte de koning hu:’ach, laat mij mijn dochter noch acht dagen behouden. Geef mij tijd om afscheid van mijn zo innig geliefde kind te nemen.’ En het volk stemde daarin toe.
En na acht dagen dromde het volk weer voor het koninklijk paleis en eiste de dochter des konings op, om naar het water voor de stadsmuur te brengen. De koning begreep dat zijn dochter niet aan haar lot kon ontkomen. Hij kleedde haar in prachtige kleren, omarmde zijn kind en nam vol droefenis afscheid van haar.

Koning:
Zie de duistere wolken trekken,
Hoor het gieren van de wind.
Bang, zo bang is nu mijn harte.
Blijf bij mij, mijn liefste kind.

Prinses:
Vader, ach, ik moet vertrekken,
Mag niet blijven aan uw zij.
Donker is het om mij henen.
Vader, ach, denk steeds aan mij!

Koning:
O, dochter, groot is onze smart,
Gebroken is mijn droevig hart.

Prinses:
Dat God de Heer U steeds bewaak,
Op mij wacht nu de boze draak.

Koning:
Gegroet,
O koningsdochter zoet.

En het volk begeleidde de prinses tot aan de oever van het meer en trok zich daarna haastig terug achter de muren van de stad. Terwijl de prinses huilend aan de oever van de meer zat, kwam er een jonge ridder op zijn paard aangereden. Zijn naam was Joris.
Zingen:
Ik trek door de wereld
Met moed en met kracht.
Bij al wat ik doe,
Voel ik Michaels macht.
Hij schonk mij een paard,
Zo snel als de wind,
Hij gaf mij een zwaard,
Als men schoner niet vindt.

Toen zag Joris het meisje huilend aan het water.

Sint Joris:
O, zie een meisje sta daar ginds,
Zo droevig is haar wezen.
Prinsesje, ben je ziek misschien?
Dan zal ik je genezen.

Prinses:
Neen, ridder, ‘t is de boze draak,
Die zal mij straks verslinden!

Sint Joris:
Een boze draak? O, zeg me gauw,
Waar is dat beest te vinden?

Terwijl ze zo met elkaar spraken, kwam er beweging in het water. Een reusachtige draak kwam uit de diepte te voorschijn. De prinses beefde van schrik over al haar leden en riep:

Prinses:
Daar komt hij, ach, wat moet ik doen?
De dood staan mij voor ogen.

Toen de draak uit het water kwam, sprong St. Joris op zijn paard en reed het monster tegemoet. Er ontstond een geweldige strijd tussen de draak en de moedige ridder. En na korte tijd overwon Joris de draak en doodde hem.
Daarop nam Joris de prinses bij de hand en bracht haar de stad binnen naar haar vader de koning. En Joris de ridder weigerde alle geschenken die hem aangeboden werden; hij besteeg zijn paard en vertrok om nieuwe daden te verrichten.

Zingen:
Ik trek door de wereld, met moed en met kracht.
Bij al wat ik doe, voel ik Michaels macht.
Hij schonk mij een paard, zo snel als de wind,
Hij gaf mij een zwaard, als men schoner niet vindt.
Hij helpe mij spoedig, de draak te verslaan,

O, Michael kom, wil ter zijde mij staan.




Sint Michael wordt gevierd in de oogsttijd. Het is gebruikelijk om een om een feestelijke tafel met de producten van het seizoen op te stellen. Mais, pompoenen, alle soorten graan, groenten en fruit. En niet te vergeten natuurlijk, de appeltjes. 
Leuk is het als de kinderen zelf kunnen helpen bij het oogsten.




Bij dit feest hoort altijd een feestmaal - appelmoes, pompoensoep en niet te vergeten een "drakenbrood"




Een verhaal voor de oudere kinderen of volwassenen




Toen God de Heer de wereld schiep, vormde hij uit de vurige ethersubstantie van de kosmos de zuivere geesten, zijn helpers en boodschappers: de engelen. Temidden van deze namen zeven eerstgeschapenen een bijzondere plaats in, want zij belichaamden de oerbeelden en oerkrachten van de gehele schepping. Deze zeven mochten te allen tijde het onverhulde aangezicht van hun schepper  aanschouwen, want zij stonden vanaf het begin in het licht van zijn heerlijkheid.
Tot leider nu van deze zeven was Samaël benoemd, die ook Satanaël of Lucifer – dat is ‘lichtdrager – wordt genoemd. De Heer had hem als zijn speciale geliefde engel uitverkoren. Op de dag dat hij geschapen werd straalde zijn lichtgestalte in de schijn van veelkleurige juwelen. Een schitterende kroon tooide zijn hoofd. In deze kroon was op de plaats boven het voorhoofd de kostbaarste edelsteen ingelegd, die leek op een uit licht gevormde smaragd. En alles wat door de lichtstralen uit deze steen werd getroffen, straalde helder en in een goddelijk licht.
Voor de zeven eerstgeschapenen, voor hun leider Samaël en voor alle andere engelen ontvouwde de Heer nu het grote plan van de aards schepping en hij verkondigde de geesten van zijn rijk, dat de mens een bijzondere plaats temidden van alle schepselen zou krijgen. De mens zou naar het beeld en de gelijkenis van de schepper gevormd worden en de engelen moesten hem dienen.
Maar dit goddelijke plan deed de machtigste van alle engelen, de lichtbrenger Lucifer, in toorn ontsteken. Hij, de stralende, meende dat God hem hiermee, ten voordeel van de mensen een groot onrecht had aangedaan. Vanaf dat moment begon Satanaël aan de wijsheid van God te twijfelen en er ontbrandde haat in hem tegen het gehele mensengeslacht. Vervuld van afgunst besloot hij de Heer niet meer te gehoorzamen, en in zijn trots begon hij ook de andere engelenscharen tot ongehoorzaamheid tegen de Heer op te zetten. En een derde deel van de engelen volgde hem.
De Heer echter wist wel van de gedachten en listen van de engel die eens zijn meest geliefde was geweest en hij besloot de trotse met zijn gehele aanhang uit de hemel te verjagen. En uit de scharen van de engelen die hem trouw gebleven waren riep hij Michaël en beval hem, met de kracht van het goddelijk vuur, met het vlammenzwaard, Satanaël – die voortaan alleen nog Satan zou heten – te verblinden en hem tezamen met de opstandige schare uit de hemel te jagen. En zo geschiedde het. En terwijl Satan met zijn scharen hals over de kop de duisternis tegemoet tuimelde, sloeg Michaël met het vlammenzwaard de stralende steen, de onvolprezen smaragden juweel uit zijn kroon.
Uit deze steen vormde Michaël, die na Gods richtspreuk over Satan en zijn schare tot opperste engel was benoemd, een wonderlijke, kelkachtige schaal. Dit prachtige voorwerp werd tot heilige schaal, die ertoe was voorbestemd de zonnehostie in zich op te nemen. Toen de schaal klaar was, bracht Michaël haar naar de aarde, die inmiddels voltooid was. Daar werd zij vanaf oertijden in speciale heiligdommen bewaard. Van heiligdom tot heiligdom werd zij in de loop van de tijd door de ingewijde verder gereikt en tenslotte kwam zij naar Tyrus, de stad van de bouwmeester Hiram. En vandaar leidde haar weg naar het koninkrijk van Saba, waar de koningin van de sterrenwijsheid heerste. Ook daar werd de schaal een bepaalde tijd behoed. Met de koningin van Saba reisde zij vervolgens mee naar Jeruzalem, en zo kwam zij in het paleis en de tempel van de wijze Salomo.

Juist op die plaats werd in de tijd die volgde de komst van de Mensenzoon voorbereid. Het ‘keerpunt van de tijden’ dat de oude geschriften hadden voorzegd, naderde. De Zoon van God werd met behulp van de kracht van de aartsengel Michaël, via het lichaam van de Jonkvrouw Maria op aarde geboren.
Jezus werd door de doop tot Christus, zijn woord en zijn kracht verbreidden zich door hem en zijn discipelen onder de mensen. En toen de tijd gekomen was dat Christus en zij volgelingen aan het laatste avondmaal zaten, toen bevond zich ook de schaal, die Michael van de steen uit Lucifers kroon had gevormd, onder hen. En daar ging de bestemming van de heilige kelk in vervulling, want de kracht dic Christus in zijn leerlingen liet indalen, vulde ook de schaal en was voortaan voelbaar voor ieder die haar op de juiste wijze naderde.
Uit het huis van het avondmaal kwam de kelk vervolgens bij Pilatus, die hem bewaarde. En toen na het Mysterie van Golgotha Jozef van Arimathea, die ook een geheime leerling van Jezus was, naar Pilatus ging en hem toestemming vroeg Jezus’ lichaam van het kruis te mogen nemen, toen gaf Pilatus hem de kostbare kelk, waardoor zijn bestemming vervuld werd.
Jozef van Arimathea behoedde de kelk trouw, en toen hij van het Oosten naar het Westen reisde, kwam de schaal als Graalskelk naar de Berg van het Heil, de Mont Salvat. Daar werd de schaal al het kostbaarste, kracht schenkende testament van de Zoon van God behoed.
De lichtbrengende heerlijkheid van Lucifer werd zo door Michaëls zwaard en kracht tot heilige schaal, die Christus met zijn offerkracht vulde. De sporen van deze graalsstroom doortrekken als een onderaardse rivier onze geschiedenis tot op de huidige dag.
Martin Sanküler - Michaël, verhalen en legenden’



vrijdag 25 maart 2011

De lichtjes van Sint Maarten




Sint Maarten is het eerste feest van de grote advent. Het is ook het eerste feest dat in het teken staat van het licht, maar ook van elkaar zien en delen. De natuur toont zich op zijn aller-ruwst, de mens trekt naar binnen in de warme omhulling van het huis en ontsteekt er het vuur en de lichten.

Rond Sint Maarten mogen natuurlijk de uitgeholde en verlichte knolletjes niet ontbreken, gebuik hiervoor een biet, knol of een winterpeen, deze staan symbool voor een zomer die ons warmte en licht heeft geschonken.

Wij brengen het licht van buiten naar binnen, in de uitgeholde knol – een knol is een aarde gewas, het licht in de knol herinnert ons aan de warmte van de zomerzon die er in opgevangen werd en ook het licht dat bewaard blijft tijdens de donkere maanden. Het draagt het leven dat straks weer zal ontwaken, in zich. Wij gaan ook in de koude maande naar binnen, in ons huis brand het haardvuur en wij steken de kaarsen graag aan om het gezellig te maken. Het is een uiterlijke beeld van dat wat op geestelijke gebied gebeurt. In de wintermaanden zijn de krachten in de aarde heel actief, de aarde heeft zijn wezen ingeadend. Daar vindt de voorbereiding plaats voor wat komen gaan.




zaterdag 12 maart 2011

Bomen en planetenkrachten

De bomen en de planetenkrachten


Maandag Maan: groei, kiemkracht / kersenboom

Dinsdag Mars: daadkracht / eik

Woensdag Mercurius: beweeglijkheid / iep

Donderdag Jupiter: leiderschap en vernieuwing / esdoorn

Vrijdag Venus: ontvankelijkheid en omhullen / berk

Zaterdag Saturnus: gevoeligheid, diepgang, herinneren / beuk

Zondag Zon: harmonie / es



In de weg door het leven zijn wij onder de invloed van:

De maan: 0-7jr.

mercurius: 7-14

Venus: 14-21



De werking van de planetenkwaliteiten zijn in hun eenzijdigheid te vinden in zeven boomsoorten. In de Goetheanum zijn er 2 keer zeven zuilen van de zeven houtsoorten.

De kwaliteiten zijn verbonden aan de levensfasen maar ook aan persoonlijkheidstypen; wanneer iemand in het leven tussen dood en nieuw geboorte erg lang in een specifieke planetensfeer vertoeft, neemt hij de kwaliteiten ervan mee in een volgend aardeleven.

Ook voor de mens op aarde kwam, toen de eerste mensen langzaam op de aarde incarneerden, waren er mensen zielen die in ander planetensferen vertoefden. Zij hebben de kwaliteiten van de planeten als werkzame kracht in hun eigen aard.

De kersenboom – maan (maandag)

Kersenhout neemt veel vocht op ( kan er ziek aan worden)
Lente als jaargetij - schoonheid en groeikracht/ eb en vloed: maaninvloed
Uitnodigend
Vrucht sappig, kleurig en geurend; rond
Vruchtvlees aan buitenkant zacht, harde kern.
Maanmensen:

0-7 groei is belangrijk
Streven niet naar een hoge positie/verantwoordelijkheid
Houden van gezelligheid
Zetten zich makkelijk in voor allerlei klusjes
Diepgang vermoeit hen snel
Levensgenieters
Willen jong blijven, worden nooit volwassen
Gezellig, Bourgondisch/ gemakkelijke mensen
Bang voor ziekte en dood/ kunnen niet goed omgaan met ziek zijn
Maanziek - vooral mannen - werkt op gemoed
Dichterlijke: ontwaakt in het nacht/ kan doorslaan
Bij vrouwen invloed op menstruatiecyclus
Sporten om jong te blijven
Kunnen makkelijk hetzelfde werk blijven doen/ herhaling
Wegdromen, mijmeren.


De eik - mars (dinsdag)

Diep slaan, sterk staan
Hoog gaan - ik ben eik
Grond – trouw - stam – rouw
Blad klauw – ik ben eik
Diep slaan, sterk staan
Hoog gaan - ik wordt mens.

Tegengestelden van Venus
Mannelijk
Strijd/verzet zich al bij eerste groei - wortel heeft al een knoest!
Enorme kracht/vindt een eigen weg; spreidt overal, als er geen plaats is dan krult hij er rommelig omheen.
Daadkracht/willen meteen in actie/denken niet na over gevaar
Eigenwijs/volgt niet de zon

GROEIWIJZE VAN DE BRAAM.- HEEFT GEEN EINDPUNT, STOPT EN GAAT ELDERS VERDER, IETS IN DE WERELD ZETTEN MAAR NIET AFMAKEN.

Marsmensen:

Leeftijd 42-49jr
veel mensen gaan nu pas datgene realiseren wat ze hun hele leven gewild hadden/vaak groot verandering rond 42ste levensjaar: crisistijd en dan nog een stuk vernieuwing, nieuwe impulsen.
Daadkracht
Afmaken wat begonnen werd is moeilijker
Ze hebben veel doorzettingsvermogen/voegen de daad bij het woord
Onbezonnenheid


De iep – Mercurius (woensdag)

Kort van steel, schuin van blad
Staat de iep langs mijn pad.
Wuift zijn kroon op de wind,
Golft in lang glanzend lint
Groen wordt geel, zomer wijkt
Uitgestorven door ziekte, in open land zichtbaar
Blad ongelijk bij steel;
Bij sterke wind beweegt stam mee/extra bewegelijk!
Zaadjes zwermen weg; veel en snel.
Mercuriusmensen:

7-14 jaar - grote bewegelijkheid
Schoolleeftijd: oefenen het beheersen binnen een beweeglijk programma, ze
Staan open voor het opnemen van informatie.
Deze mensen kunnen veel dingen aan
Bewegelijke mensen/willen ook de omgeving in beweging brengen
Markt kooplui/verzamelen en handelen
Kleptomanie
Bruggenbouwers tussen mensen
Houden ervan mensen te ontmoeten, gezelligheid.
Willen mensen graag koppelen in de ontmoetingen/kunnen verbindingen leggen.
Balsem voor de medemens
Weinig diepgang, hebben wel houvast nodig
Alles wat er in het leven gebeurt, willen zij vasthouden; doorgaans in deze stammen namen gekrast; herinneringen bewaren.
De bladeren hangen eerst en gaan pas later omhoog wijzen.


De esdoorn – Jupiter (donderdag)

Ruimte zoek ik, overal
Waar mij blad maar stralen zal
Zwaarte hef ik naar het licht,
Blad om blad, in evenwicht.
Draaiend zweeft mijn zaad in’t rond
Tot het op de aarde komt.
Wieken voeren het gezwind
Waar het zich een rustplaats vindt.
Esdoorn met een sterrenblad
Spreekt over mijn levenspad
Wereldomtrek durft gij aan
Door de zwaarte te weerstaan
Etageboom- takken systematisch geordend, onderste takken het wijdst.
Blad heeft vijf punten; prachtige intensieve kleuren in de herfst.
Knop in voorjaar zeer bijzonder.
Als men de lijn van de nerven door zouden trekken zouden ze horizontaal zijn.
De boom zelf heeft een sterk middelpunt, de top geeft de groei aan, als beschadigd vormt sterkste tak weer de hoofdlijn.
Krachten van het leidinggeven.
Jupitermensen:

49-56 jaar doorgeven aan ander wat je verworven heb; meester van je vak en kan jonge mensen de weg wijzen.
Aangeboren leiderschap
Wil altijd verder streven maar neem anderen mee in de ontwikkeling/in een eenzijdige ontwikkeling mond dit uit in bureaucratie
Jupiter geeft ruimte tot vernieuwing.
Leidinggeven = ze kunnen de wereld ordenen maar geven anderen ook de ruimte; de anderen kunnen mee en er wordt plaats gemaakt voor iets nieuws.
Negatief: dominant
Doorgeschoten: bureaucratie.


De berk – Venus (vrijdag)

In het bos staat een berk
Stam van los zilverwerk
Blaadjes klein, sluierfijn.
Alles glanst aan de berk
Alles danst bij de berk
Als een elf zo vanzelf
In haar licht en haar pracht
Zegt de berk:
“mens verwacht van omhoog,
En geef dank wat zich boog

Wit stam
Berkensap kan getapt worden
Bas wisselt zich
Wortelt oppervlakkig
Binnenkant koperkleurig
Zaadjes geel aan de binnenkant/lijken op baarmoeder/heeft iets vrouwelijks
Driehoekige, losse blaadjes
Luchtig/licht/vrolijke aard
Vrolijkheid, uitnodigend
Schoonheid/mooie kleding
Ontvankelijkheid (vogels/kevers)
GROEIWIJZE VAN ROTSPLANTJES
Venusmensen:

14-21 grote ontvankelijkheid
Kwetsbaar/wil met alles kennismaken en onderzoeken
Beroepen: ziekenhuizen(homoseksuelen)verpleeghuizen, kunstenaars(moeten ontvankelijk zijn om ideeën op te nemen)
Omhullende, moedergevoel, verzorgen, daar waar een nood is.
Vraagt meer van de hemel dan de aarde.
Ontvankelijkheid en zorg


De Beuk – Saturnus (zaterdag)

In stilte staat de beuk
Met gladde stam zo teer
Het duister van zijn kroon
Ziet zwijgend op je neer.
De hete zonnestraal
Reikt nergens op de grond.
Door bladeren, van omhoog
Geen regendruppel komt.
Met innigheid en met ernst
Vertolkt de beuk zijn lied:
“O mens, vervul je taak,
Vergeet de aarde niet”

Hard: buchstabe/drukletters
Gladde stam
Overgevoelig voor het licht, wil niet te veel.
Hulpverlener/te grote hulpvaardigheid kan bemoeizucht worden
Behoefte aan schoonheid en zier
Kunstenaars
Sporten niet van wegen gezondheid, maar om slank te worden


GROEIWIJZE
Saturnusmensen:

Leven graag in het verleden, kunnen goed herinneren/behoefte om vast te leggen (dagboekschrijvers)
Grote diepgang
Moeite met sociale
Afzondering/zeer gevoelig; mensen merken het echter niet meteen
Begrijpen de zin van het lijden.
Groot verantwoordelijkheidsgevoel; bezorgen anderen het schaamrood.
Harde werkers
Sterk in de vorm
Negatief: doel voorbijschieten.

De Es - zon (zondag)

Hoe edel en nobel
Verhef zich de es
Hoe fijn zijn haar bla’ren
Vol vederen en aderen
hoe kleurig haar bes
Het goud van het licht er
een zonnespel weeft.
Het glanst op de takken
die heffen en pakken
Wat god aan hen geeft.
Zo rank er haar vorm is,
Zo sterk is haar hout.
Van heel haar groots wezen,
Straalt fijnheid. Wij lezen:
”o mens wordt tot goud.”


Het is een groot boom groeit in evenwicht.
Wijde kroon, grijs hout.
Blad is gevederd; de zon schijnt er dwars doorheen
Nodigt uit er onder te liggen, lijkt wel sterrenhemel als omhoog kijkt.
Vreugde, lichtheid en opwekken
Transparant
Takken naar boven maken een u-vorm
Zonnemensen:

Harmonie/evenwicht
Ruimte en licht gevend aan anderen
Alle kwaliteiten in harmonie met elkaar
Dapper in de wereld staan, rustig de toekomst tegemoet gaat.
Christuskwaliteiten.
UIT: eigen aantekeningen ZONNEWAGEN

Lijdenstijd - crisistijd

Lijdenstijd - crisistijd


De lente en het lijdenstijd lopen samen. Dat is een soort tegenstelling! Elk nieuw leven begint met pijn.

In de Kalevala wordt het lijden uitgebeeld in de vertelling van Vainemoinen dat een kantele maakt het vervolgens raakt. In de kantele zijn waterkrachten: het is van de botten van een snoek gemaakt. Het heeft 5 snaren. Omdat hij zijn vreugde zonder zijn instrument niet kan uiten, heeft hij verdriet. Dan komt hij op de klagende treurberk af. Hij vergeet zijn eigen verdriet en daardoor ontstaat er ruimte voor een idee - hij maakt van het hout van de berk een nieuwe kantele, nu met 7 snaren (mineur)

Uit de Kalevala leren wij enerzijds om het leed niet te ontwijken en anderzijds om niet in droefheid weg te zinken. Wij moeten het midden vinden! Hoe? Vragen naar de oorzaak. Waarom leed Christus? Wat is de moderne weg van het lijden?

De dichter Rilke stelt dat wij mensen onze eigen verdriet als een ziek kind moeten wiegen. Je moet er zoveel van gaan houden, zegt hij, dat je God er in vinden.

“Zo groot moet je hulpvaardigheid en je goedheid zijn dat je het verwent dat zware van jou, dat niet kan bestaan zonder jou, dat het afhankelijk van je wordt als een kind. Heb je het eenmaal zover gebracht, dan zul je het niet willen dat er iemand komt die het je afpakt.

Lucifer was vanaf het begin verbonden met de mens. Zijn eenzijdige werking veroorzaakt (door toedoen van de mens) de ontstaan van Ahriman. De twee tegenkrachten proberen de mens zijn oorsprong te laten vergeten (dood is dood, wij hebben geen oorsprong en geen toekomst) Daardoor heeft het lijden ook geen zin.

Er zijn 12 Bodisatva’s. Door vele levens heen verwerft een Bodisatva in zijn laatste leven op aarde de Buddhaschap. Het mensheidslijden wordt 600 V.C. door Buddha diepgaand beleefd. Hij komt tot verlichting onder de budhi-boom. Buddha krijgt de opdracht om de mensheid te leiden en zodoende komt zijn leer van liefde en medelijden tot stand. De opdracht moet als mens uitgevoerd worden, zonder hulp van de geestelijke wereld.

Lijden is het gevolg van het vergeten van onze oorsprong. De geestelijke wereld raakt gesloten voor de mensheid. De leer van Buddha helpt de mens om zijn weg terug te vinden.

Wanneer zijn opdracht volbracht is blijft hij met de mensheidsontwikkeling verbonden vanuit de geestelijke wereld. Zijn “nirmanyakana” (etherlijf) verbind zich met de mens Jezus van Nazareth.

Wanneer iemand in de Geestelijke wereld schouwen kan, is het omdat zijn etherlichaam tot daar kunt reiken. Hij blijft in contact met zijn fysieke lichaam maar reikt tot in de Geestelijke wereld en schouwt daar. Bij de moderne mens is een lange oefenweg nodig om het etherlichaam weer hiertoe geschikt te maken, het is al te vast aan het fysieke lichaam gebonden.

Zarathustra brengt de leer van de kosmos, de koninklijken lijn van de Salemo-Jezus.

Twee stromen komen samen in de Christendom.

De voor-aardse daden van Jezus: de ziel van de Nathan-Jezus (onaangeraakt door aardse incarnatie) offert zich 3 maal voor Golgotha al, door zich te verenigen met de Christusgeest (ELOHIM/LOGOS)

Eerste offer in de sterrensfeer Rechtop gaan zintuigen

Tweede offer in de sterrensfeer Spreken 7 vitale organen

Derde offer in de sterrensfeer Denken

Vierde offer in de aardesfeer Ik

Geboorte in de stal (Lucas)

Vlucht naar Egypte (Mattheus)

12-jarige Jezus: de twee stromen komen samen

12-18 jaar: ontdekken van het zwijgen van Bat Kol (stem vanuit Geestelijke wereld)

Omgekeerde Onze Vader

18-24 jaar: ontdekking van de werking van de demonen

24-30 jaar: ontdekking van Lucifer en Ahriman die buiten gesloten worden (Essenen)

30 jaar: gesprek met de moeder (Sophia)

Doop in de Jordaan

30-33 jaar: 40 maanmaanden als Christus op aarde

33 jaar: dood op Golgotha

Christus brengt de opstanding door de dood heen: herinnering dat dood niet dood is. Hyperborea. Het vergeten is al vanaf Lemuria een beetje begonnen. Atlantis. Iedere keer vindt er weer een kleine herhaling van voorgaande tijdperken plaats. Oude India: een kiem van de weg terug te vinden. In het Egyptisch–Galdeische tijdperk wordt deze kiem bevrucht door de kruisdood. Vanaf het gebeuren op Golgotha werken Lucifer en Ahriman samen. Ze kunnen geen uiteindelijke overwinning behalen, maar blijven doorvechten om hun doel te bereiken.

Bron - Voordrachten rond de evangeliën Rudolf Steiner

Aantekeningen cursus Zonnewagen