woensdag 9 februari 2011

Adventsverhalen

Advent in verhalen

De Sterrendaalders is een sprookje van de gebroeders Grimm, zeer van toepassing op deze (advents)tijd:

Er was eens een klein meisje. Haar vader en moeder waren gestorven en zij was zo arm dat zij geen kamertje meer had om in te wonen en geen bed meer had om in te slapen, en tenslotte helemaal niets meer, behalve de kleren aan haar lijf en een stukje brood in haar hand dat iemand met een medelijdend hart haar had gegeven.
Maar zij was vroom en goed en omdat zij zo alleen op de wereld was trok zij -vertouwend op de goede God - het veld in. Daar ontmoette zij een arme man die zei: "Ach, geef mij iets te eten, ik heb zo'n honger". Zij gaf hem het hele stukje brood en zei: "Moge God het zegenen", en ging verder.

Toen kwam er een kind dat liep te jammeren en zei: "Ik heb het zo koud op mijn hoofd, geef mij iets waarmee ik het kan bedekken". Het meisje zette haar muts af en gaf dit aan het kind. Toen zij nog een tijdje gelopen had, kwam er weer een kind, en dit kind had geen borstrokje aan en had het koud. Toen gaf zij het kind het hare; en nog een eind verder vroeg er een om een rokje en dat gaf zij toen ook weg.

Eindelijk kwam ze in een bos, het was al donker. Toen kwam er nog een en die vroeg om een hemdje en het vrome meisje dacht: De nacht is donker, niemand die het ziet, je kunt je hemd best weggeven, en zij trok het uit en gaf het weg.

Terwijl zij daar zo stond en helemaal niets meer had, vielen er opeens de sterren uit de hemel en dat waren louter klinkende zilveren daalders en hoewel zij juist haar hemdje had weggegeven had zij nu een nieuw hemdje aan en dat was van het aller-fijnste linnen.

Daarin vergaarde zij de daalders en was voor haar hele leven rijk.


















Verhaal om te vertellen bij de viering van het Adventsfeest met de oudere kinderen
Lierspel bij binnenkomst: Stil nu


Over Sterren



















EVA'S DROOM

Toen Adam en Eva van de verboden vrucht hadden gegeten, waren zij op Gods bevel uit het Paradijs verdreven.

De engel Gabriel had met zijn vlammend zwaard de poorten achterhen ge¬sloten en nu stonden ze eenzaam en verlaten - in een onbekende wereld. De roofdieren, die hen eens zo vertrouwd waren geweest, loerden hier op hen met bloeddorstige blikken. De gure wind blies om hen heen. Ze voelden koude en angst, want het werd nacht.

Toen namen Adam en Eva elkaar bij de hand en zochten tastend hun weg naar een veilige plaats, waar geen roofdieren hen in de slaap konden overvallen.

Eindelijk vonden zij een grot en daarin bleven zij.

Zij waren heel treurig, want ze hadden het gevoel, of het die nacht nooit meer dag zou worden. Zij dachten dat God hen voor altijd verlaten had. Eva voelde alle verdriet dubbel, want het was toch haar schuld. Doodmoe van alle ellende viel ze eindelijk in slaap.

Lierspel: Donker is de Aarde

Ze droomde, dat de engel Gabriel opnieuw voor haar stond. Hoog opge¬richt, maar nu zonder vlammend zwaard, stond de engel voor haar en sprak: "Eva, God heeft jullie niet' verlaten. Ook heeft hij het berouw over je zonde gezien- en daarom mag ik je nu de weg wijzen, die je eens terug zal voeren ~aar het paradijs. Zie Eva, hier reik ik je het verbo¬den vrucht, omdat ze op Gods bevel mee te dragen op het pad, dat wij nu zullen gaan."

En de vrucht, waarvan Adam en zij hadden geproefd tegen Gods wil in", legde de engel ongeschonden in haar handen.

"Volg mij," sprak hij met een stem, waarin strengheid en mildheid klon¬ken. "Zorg ervoor, dat de vrucht, die God je nu heeft toevertrouwd, ongeschonden blijft op de weg die wij zullen gaan."

Eva volgde de engel over een smal pad. Langs steile rotswanden liepen ze en aan hun rechterzijde gaapte een diepe afgrond.

Toen ze op een plek kwamen, waar een smalle trap was uitgehouwen, daalden ze die af.

Eva zag ontelbare treden voor z1ch, die zo ver gingen, dat ze het ein¬de van de trap niet kon onderscheiden.

Lierspel: Als door fijne sterrenvlokken

Ze daalde de trap af en terwijl ze daalde, zag ze beelden voor zich uitgebreid, die steeds wisselden. Het waren de beelden van het wereld¬gebeuren, die zij zag. Maar hoe dieper zij kwam, hoe lelijker die beel¬den werden en hoe zwaarder ook da vrucht woog die in haar hand en lag. Zij zag de mensen zich vermenigvuldigen. Maar steeds bozer werden zij tegen elkaar en ze zag hoe oorlogen, honger en ellende in de wereld kwamen. Hoe ziekten en nood heersten onder de mensen. Maar het ergste wat ze zag, was, dat mensen zich steeds verder van God gingen af¬keren en steeds meer de hemel vergaten, waaruit zij stamden. Toen riep Eva in wanhoop uit: "Engel Gabriel laat mij niet verder gaan, laat mij terugkeren! De vrucht in mijn handen wordt z6 zwaar; dat ik haar niet langer kan dragen. Is het mijn schuld, dat de wereld zo slecht wordt?" De engel keek om en sprak op ernstige toon! "Eva je moet volhouden, want we zijn bijna in de diepste diepte en daar mag je de vrucht geven aan degene voor wie God haar heeft bestemd.

Lierspel: Er komt een schip gevaren

Moeizaam daalde Eva nu verder. Ze lette niet meer op de beelden die ze voor zich zag, maar keek

slechts naar de vrucht, die zij droeg en die maar steeds zwaarder woog. Toen werd het volkomen duister om haar heen en ze voelde dat de trap ten einde was en ze nu over de vlakke grond liep.

De vrucht was zo zwaar geworden, dat ze grote moeite had haar niet te laten vallen.

Daar klonk de stem van de engel Gabriel juichend als vele bazuinen, die Gods heerlijkheid willen verkondigen en hij sprak: “Zie Eva”, “in de diepste afgrond is Gods' heerlijkheid nabij! “


Het werd licht om Eva en in dit licht zag zij een jonge vrouw staan, stralend, lief en schoon.









Lierspel: The Angel Gabriel

Voor haar trad de engel Gabriel en Eva zag, dat hij een tak met witte lelies in de hand hield, in plaats van hat vlammende zwaard. Jubelend klonk zijn stem nu terwijl hij sprak: "Gegroet Maria, begenadigde onder de vrouwen. Vrees niet, want u hebt genade gevonden in God. U zult bevrucht worden en een zoon baren en zult zijn naam heten Jezus. Deze zal groot zijn en de zoon des allerhoogste genaamd worden. En God de

Heer zal hem de troon van zijn Heerlijkheid geven.”

Toen knielde Eva voor Maria neer en gaf haar de vrucht, die zij had moeten meedragen en die onder het toehoren van de engelboodschap steeds lichter in haar hand en was gaan wegen.

Zij voelde nauwelijks nog de vrucht, toen zij die aan Maria gaf. En deze vrucht werd in Maria de vervulling van Gods Heerlijkheid.

Eva stond op en zag de engel voor zich staan, die sprak:

Dit nu Eva, is Gods belofte, want zijn eigen zoon zal aan de mensen de weg terug wijzen naar het paradijs."

Lierspel: Het daget in het Oosten

Eva ontwaakte uit haar diepe slaap.

Zij wist eerst niet of zij waakte of droomde en waar zij zich bevond. Maar toen zij om zich heen de donkere grot zag en door de opening de zon zag verrijzen voor de nieuwe dag, wist ze weer, dat ze met Adam alleen stond in een onbekende wereld.

Maar ze was niet wanhopig meer, omdat ze begreep, dat God hen niet had verlaten en dat er eens, in de verre toekomst een tijd zou komen, dat Gods eigen zoon de weg terug zou wijzen naar het paradijs. Nu kon ze aan Adam haar schone droom vertellen en hem ook troosten, zodat zij" samen het leven in de onbekende wereld beter zouden kunnen dragen.

Lierspel wanneer kinderen naar buiten gaan: Stil nu


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen