vrijdag 29 november 2013

The Festivals of the year in the Waldorf school

donderdag 28 november 2013

Die Jaarfeeste in die Waldorfskool

Nicolaas en de dochters van de koopman


In Myra woonde eens een koopman, wiens vrouw gestorven was. Hij was daar zo vertwijfeld over, dat zijn zaken hem niets meer konden schelen. Hij zat heel vaak in de kroeg en probeerde zijn verdriet te verdrinken. Als iemand hem vroeg om een potje te kaarten, zei hij geen nee. Maar hij speelde zo onverschillig dat het hem koud leek te laten of hij won of verloor. Zo smeet hij in korte tijd zijn hele vermogen over de balk.

Nu had de koopman drie dochters. Die hadden allemaal wel met een goede man willen trouwen. Maar in Myra was het de gewoonte om je dochters een rijke bruidsschat mee te geven en daar had de koopman het geld niet voor. Hij kwam op de slechte gedachte zijn jongste dochter op de slavenmarkt te verkopen om met de opbrengst de twee oudste dochters te kunnen uithuwelijken. De bisschop van Myra, de heilige Nicolaas, hoorde dat. Haastig ging hij naar zijn vrienden om geld in te zamelen. Hij zei dat het voor een man in grote moeilijkheden was en of ze hem misschien een goudstuk konden geven.

's Avonds had hij een hele zak vol. Hij sloop stiekem naar de tuin achter het huis van de koopman en gooide de zak door het open raam in de kamer van de meisjes. De koopman dankte de hemel voor dat geschenk. Hij gaf voor zijn oudste dochter een vrolijke bruiloft en schonk haar de vereiste bruidsschat. Maar voor de tweede dochter had hij niet genoeg meer. Nicolaas ging nog een keer uit bedelen en alles verliep net als de eerste keer. Omdat de jongste dochter nu ook een man moest krijgen, zocht Nicolaas zijn vrienden voor de derde keer op. Sommigen keken al geërgerd, maar omdat Nicolaas zei dat het om een zaak op leven en dood ging, kwam het goud toch bij elkaar. Dit keer was de koopman echter op de loer gaan liggen. Toen de bisschop de zak door het raam had gegooid, kwam hij achter een struik vandaan en hield zijn weldoener aan de slip van zijn mantel vast. Maar die trok hem snel uit, liet de mantel in de handen van de koopman achter en verdween in de duisternis.

De volgende avond, toen de wind van zee koel door de straten waaide, deed de koopman de mantel om en haastte hij zich naar een wijnhuis. De waard herkende de bisschopsmantel en zei: "Ben je al zo diep gezonken dat je de mantel van onze bisschop steelt?" Toen schrok de koopman. Nu wist hij wie hem had geholpen. Hij ging met de mantel naar het huis van de bisschop, vouwde hem op en legde hem op de drempel. Hij schaamde zich hem zelf aan de bisschop te geven. Maar het was net of Nicolaas de koopman had verwacht. De deur ging open en Nicolaas vroeg hem binnen. Ze praatten lang met elkaar.

Opeens zag de koopman zijn liederlijke leven voor zich en speet het hem dat hij zo'n slechte vader voor zijn dochters was geweest. Hij viel voor de bisschop op zijn knieën, maar die trok hem overeind en zei: "Geld en goud brengen veel ongeluk in de wereld. Maar soms kun je er nood mee lenigen en levens mee redden. Bedank niet mij, maar denk aan hem die ons maant een leven vol liefde en goedheid te leiden." En bij die woorden wees Nicolaas naar de hemel.

Vanaf die dag veranderde de koopman zijn leven. En de mensen in Myra wisten niet goed wie Nicolaas nu méér had geholpen, de dochters of hun vader.

Bron "Daar wordt aan de deur geklopt. Verhalen voor Sint Nicolaas, liedjes en recepten" door Ineke Verschuren. Uitgeverij Christofoor, Zeist, 2000. ISBN: 90-6238-734-9
Nikola en het graan

Het was een hete dag, net zo heet als het de vorige dag geweest was, en de dag daarvoor. De boeren konden zich niet meer herinneren wanneer er regen gevallen was en wanneer de verzengende zon dag in dag uit was begonnen te schijnen. Met sombere gezichten zaten ze voor hun armelijke hutten en spraken over de mislukte oogst en het ongeluk dat juist hun getroffen had. De brandende zon had hun graanoogst geheel verzengd. Ze vroegen zich af of Elias, de strenge, boos op hen was, of dat God de Heer hen wilde doen beseffen hoe zondig ze waren en dat dit een waarschuwing was. Maar wat moesten ze met deze verschrikkelijke droogte, terwijl ze bijna geen eten meer hadden. De akkers van de arme boeren lagen er verschroeid en kaal bij. Ja, de rijke boeren hadden nog een schamele oogst gehad, doordat zij hun akkers konden bevloeien, maar weldra zou onder de arme boeren de hongersnood heersen.

Terwijl ze zo met elkaar over hun ongeluk praatten naderde hen een oude grijze man. Geen van de boeren kende hem; hij kwam vast niet uit deze streek. "Waarom kijken jullie zo bedrukt?" vroeg hij de boeren, terwijl hij bij hen bleef stilstaan. "Is er een ongeluk gebeurd?" Een van de boeren stond op en wees naar de velden. "Zie je niet hoe onze akkers eruit zien? De verzengende zon heeft alles verbrand!" De oude man keek om zich heen en richtte daarna zijn blik van de een naar de ander. Hij schudde zachtjes zijn hoofd en sprak: "Beste mensen, als jullie nog een handvol roggekorrels hebt, breng me die dan."

De boeren keken elkaar verbaasd aan en keken toen achterdochtig naar de oude man. Ze begrepen niet wat hij wilde. Wilde hij hen voor de gek houden en bespotten in hun ellende? Ze overlegden met elkaar en besloten ten slotte toch maar een handjevol rogge te halen. Je kon nooit weten wat die oude grijsaard ermee zou doen. Zorgvuldig nam de oude man de roggekorrels in ontvangst en liet zich van de ene hut naar de andere brengen en bij iedere boerderij bekeek hij alles zorgvuldig. De boeren keken elkaar verbaasd aan, toen ze zagen dat hij op ieder erf, vlak voor de broodovens een roggekorrel neerlegde. Toen hij overal geweest was vroeg de grijsaard nadrukkelijk: "Ben ik overal geweest? Heb ik geen boerderij overgeslagen?"

De arme boeren knikten en begonnen met elkaar te overleggen wat de zin van dit alles zou zijn. Intussen letten ze niet op de oude man en hij verliet de armelijke hutten zonder dat iemand het merkte. Pas toen ze tegen de avond hem wilden uitnodigen voor een schamele maaltijd merkten ze dat hij was verdwenen.

Het werd avond en de boeren legden zich ter ruste. De volgende ochtend werden ze wakker en keken somber uit het raam om te zien of er eindelijk regenwolken in aantocht waren om hun ellende te keren. Maar wat ze zagen deed hen zo verbaasd staan dat ze geen woord konden uitbrengen. Daar waar de oude man voor iedere oven een graankorrel had neergelegd groeide een rijpe roggeaar en overal stak uit de schoorstenen wederom een rijpe roggeaar. En terwijl zij rondkeken in hun huizen ontdekten ze dat het kleine lampje voor de icoon van Nicolaas helder brandde. Buiten gekomen zagen ze dat op hun akkers het rijpe graan in de wind heen en weer wiegde. Toen begrepen ze wie die oude man geweest was die hen gisteren op zo vreemde wijze had bezocht: het was Nicolaas de barmhartige.


*   *   *

Toelichting
Sint Nicolaas is ongetwijfeld de meest populaire heilige der Christenheid. De Griekse bisschop van een kleine stad in Lycië (Klein-Azië) wordt vereerd zowel in het Orthodoxe Oosten, waar hij thuis hoort, als in het Katholieke en Protestantse Westen. In de Protestantse landen is Sint Nicolaas zowat de enige heilige, wiens naam voortleeft, zij het alleen bij de kinderen én zoals in Nederland met een lichte verbastering van zijn naam. Doch wellicht nergens in de wereld is de verering van Sint Nicolaas zó groot als in Rusland, waar hij door het volk Nikóla en soms Mikóla genoemd wordt.

De Russische Nikóla verschilt zowel wat zijn uiterlijk als wat zijn wezen betreft in sterke mate van de Sint Nicolaas, die hier te lande bekend is. Nikóla is géén bisschop in vol ornaat, met een mijter op zijn hoofd en een kromstaf in zijn hand, gezeten op een schimmel, gevolgd door zijn zwarte knecht Pieter. Nikóla rijdt niet over daken - een beeld, dat Russische kinderen zeer onwaarschijnlijk zou voorkomen - om door de schoorsteen geschenken te werpen.

Nee, Nikóla is een oude man, gekleed als een gewone Russische boer, die door het onmetelijke Rusland zwerft. Met een rugzak over zijn schouders en een stevige stok in zijn hand, zoals het een echte zwerver of landloper betaamt, trekt hij door het land; hij overnacht bij arme mensen; hij brengt hulp, waar zijn hulp nodig is, maar hij doet het onopvallend. Hij is door en door menselijk, een vriendelijke oude man, die het leven met al zijn moeilijkheden en lasten goed kent, die ook de zwakheden der mensen kent en van de mens geen onmogelijke dingen verlangt.

Bron

"De drie bruiloftsgaven. Verhalen voor de herfsttijd, Michaël, Sint-Maarten, Sint-Nicolaas" door Ineke Verschuren. Uitgeverij Christofoor, Zeist.

Overgenomen vanuit het Volksverhalen Almanak http://www.beleven.org/verhaal/nikola_en_het_graan

dinsdag 26 november 2013


Odin en Sint Nicolaas

We kennen allemaal wel zulke huiselijke situaties. Situates 'down to earth '. Hiervan in proza een beeld te geven, en daarbij niet sentimenteel of langdradig te worden (waarbij de onmisbare humor vaak het onderspit delft) vergt veel woorden en kundig vakmanschap. 0 wee! Als de humor geen kans krijgt om de boel op te vrolijken, zonder humor is een bepaalde boodschap nl. onverdraaglijk.
Eigenlijk is het een wonder dat, doordat we ons in een ander inleven, de ingevingen ons vaak toeval en, soms niet meteen, maar vaak later, onverwachts (als we even niet oplet/en!), tijdens de afwas of het op de fiets stappen. En, als dan uit onze pen een nieuw idee, een nieuwe vorm opbloeit, kunnen we werkelijk gaan begrijpen wat Guido Gezelle bedoelde toen hij schreef: "Zoete lieve dichtengel sla uw vlerken rondom mij. "
De Griekse zanger riep vroeger de verheven Godin van de dichtkunst (Jan als hij zijn gedicht begon met de bede: Zing mij 0 muze.....
Tegenwoordig kunnen we met bewustzijn vanuit het Christendom zeggen; Ideeën worden door engelen gedragen en opgewekt in ritmen, alliteraties en rijm door de magie van de Logos- het Woord.
Engelen werken in de gebieden van de levenskrachten en verbinden ons met de leven schenkende kracht van de zon waarvan het menselijke hart de micro kosmische beeld is. Pas, doordat we ons met ons hart, (In dus ook door Liefde verbinden met de situatie van de ander, kan het "Woord" gaan spreken en zich uiten in het ritme van de lichtvoetige engelen.
I) Jambe (v-), de Dactylus (-vv), en de Trochee (-v), zijn zulke ritmen die de dichter, en de toehoorder In een bepaalde stemming brengen.
Wat zijn rijmen, en waar hangen ze mee samen?
Rijmen zijn altijd verbonden met levensprocessen in de ether wereld (dat is de wereld van de vorm en levenskrachten).
De zon schept als hart van de kosmos, harmonie en evenwicht tussen de ritmische bewegingen van maan en sterren, haar stralenkracht schenkt rijmen waaruit mensen leven. Zonder ritme is er nl. geen leven op aarde mogelijk, en zonder ritme is er in Woord en Taal geen vreugde.
Het is alsof in een gedicht (verdichte gedachte) de essentie van het (karmische) Woord geconcentreerd en gebundeld wordt tot grotere zeggingskracht zoals door een vergrootglas de zonnestralen in een brandpunt samenkomen en daardoor een intense werking kunnen ontplooien.
Heel oud is de dichtkunst. Vanuit de Germaanse mythologie weten we dat de Goden (de Asen van Asgard), en de werkelijke skalden (de zangers) "het ware" konden verkondigen omdat zij de mede genoten.
De Suttungsmede heet Odroerir (= die de geest in beweging zet). Wat de geschiedenis rond de Suttungsmede precies is, kan in "God en verhalen uit de Edda" nagelezen worden, maar duidelijk blijkt dat het een Godendrank is die tot het dichten van de Waarheid inspireert.
Odin de opper God van de Asen, maakte zelf een inwijding door, waardoor hij de kracht verwierf het strottenhoofd van de mens zo om te vormen dat er woorden door gesproken konden worden.
Negen dagen hing hij daarvoor aan de winderige boom:

Ik weet dat ik hing
aan de winderige boom
negen nachten lang
gewond door de speer
aan Odin gewijd
zelf aan mijzelf
aan de wereldboom
waarvan niemand weet
uit welke wortels hij opgroeit
Zij gaven mij brood
noch boden mij drank
tenslotte spiedde ik omlaag
nam de runen op
nam ze roepende op
ik viel vervolgens eraf


We weten dat Odin sterk verbonden is met de ons vertrouwde St. Nicolaas. Zouden misschien de runentekens, ofwel de chocoladeletters die op St. Nicolaasavond nooit ontbreken herinneringstekens kunnen zijn aan Odin's inwijding? Bv. de letter G geven we aan Gudrun. Gudrun = Gud-run = God's rune. Odin gaf de klankwijsheid die hij verwierf aan de Asen, d. ww. aan de mensen die konden dichten. Daarom werd de dichtkunst ook wel "De buit van Odin" genoemd. Odin leefde in wind en wolken en in de menselijke adem, en dus ook in de menselijke ziel, want adem = psyche, en psyche = ziel. Odin was een krijgsgod, hij hanteerde zowel het Woord als de speer, twee attributen die overigens ook nauw met elkaar in verband staan. Odin's speer wordt nl. wel eens de trefzekere levende, bewegende gedachte genoemd.
De moed en het krijgshaftige karakter van het Germaanse volk onder leiding van Odin uitte zich in het stafrijm. Stafrijm is de aller oudste vorm van rijm en houdt een alliteratie van woorden in, waarin de letter aan het begin van het woord voortdurend krachtig herhaald wordt (bv. het constant kotsen van de katten). Alleen al de klank van het woord wekte een innerlijke belevingswereld, waardoor voor de Germanen een rijke zielewereld opgeroepen werd         .
Door de Godenschemering verdween dit essentiële beleven van het woord meer en meer, er trad een innerlijke verarming op, totdat de taal die door deze verarming had ingeboet in de eerste eeuwen van onze jaartelling (in de Latijnse kerkzang) weer werd verrijkt door rijmen van de klinkers waardoor als het ware goed werd gemaakt wat door de "ratio" verloren was gegaan, nl. de beleving van de zieleharmonie.
De klankrijm roept ook een lichte humor op (bv. zeuren, humeuren, geuren, gebeuren). Tja  , wat is humor? Geestig zijn brengt ons dichter bij de geest! Rudolf Steiner heeft een uitspraak over de humor gedaan i. v.m. het wezen dat links boven aan het beeld van de mensheidsrepresentant zichtbaar is.
Rudolf Steiner zegt over dit elementen wezen: Humor is de meest Goddelijke eigenschap van de mens, door de humor zijn we het meest in God. (In god zijn = enthousiast).
Verwonderlijk is dat het Nederlandse volk het enige volk is dat met het St. Nicolaasfeest gedichten maakt en poëtisch wordt, al of niet door de spreekbuis van de ondeugende Piet. In het gezin van mijn grootvader (1915) werd deze kunst al ijverig beoefend.
Het Sinterklaas gedicht heeft het vermogen om, hoe platvloers, simpel, of laag bij de grond ook, (wij leven tenslotte in de lage landen), en een beetje belerend dankzij ons Calvinistische verleden, elkaar door de magie van het Woord kinderlijk en liefdevol op onze onvolkomenheden te wijzen, maar ook, om door humor, onze diepste intenties, begaafdheden en meest Goddelijke eigenschappen als "surprise" uit te lijnen. Alledaagse, aardse en soms dwaze     omhulling te verlossen.


St. Nicolaas is een goed heilige man. "Heilig" betekent heel makend, een eenheid vormend, een huwelijk sluitend. Als beschermer van het huwelijk (legende van de drie maagden) sluit hij een alchemistisch huwelijk tussen de letterlijke en de figuurlijke betekenis van het woord, en maakt hij daardoor het I\!oord weer scheppend, het "nieuwe" met een kinderlijk plezier voortbrengend.

C. Mees -Henny




zondag 24 november 2013

Sint Nicolaas, goedheilig man

Sint Maartin op 11 november, luidt het begin van het lichtjes tijd in. De dagen worden korter en het wordt sneller donker s ‘avonds. Niet al te veel later komt de Sint aan en vangt ook de Adventstijd aan. Gezellige, knusse dagen binnenshuis komen er aan. Het is de overgang van licht naar donker, ban buitenleven naar ‘ binnen-leven ‘ – in huis zowel als in het innerlijk bewustzijn. Voorbij nu de zorgeloze zomerdagen van heerlijke uitjes in de natuur, bloemen en plantengroei in overvloed. De herfst brengt wind en regen en vaak ook storm. De vruchten zijn gerijpt en de bladeren vallen van de bomen en struiken. Nu beleven wij eerst een rusteloze overgang en straks breekt het stillere jaargetij aan.
In de mensheidsontwikkeling kunnen wij het vergelijken met het bewustzijn van de Christus-krachten die nu in de aardesfeer aangekomen zijn. De feesten in dit jaargetijdenvormen een gang, een weg naar het eigenlijke feest van de geboorte.
Het feest van Sint Nicolaas is een heel bijzonder feest. Vaak zijn er ook nog stormachtige dagen, of atmosfeervolle mistvorming. Langzaam komt de stilte nader.
Zoals bij alle legenden, is er een historische achtergrond waaruit dan een “beeld” ontwikkelt rond de persoon en zijn verhaal. Het verbeeld een stukje geestelijke “waarheid”. Ook de mythologische verhalen van vroeger boden eenzelfde type ervaring voor het bewustwordingsproces van de mensheid. De mensen beleven ook in de huidige tijd een stukje voeding voor de ziel en/of een geestesverruiming wanneer de feestdag gevierd wordt. Het meeleven met de feestgetijden biedt de gelegenheid om als het ware een inwijdingsweg te gaan, wanneer men het innerlijke proces aangaan.

Wij denken misschien vaak dat Sinterklaas een echt Nederlandse feest is, maar er zijn velen landen waar het Nicolaasfeest gevierd wordt. Een kleuterjuf in Amerika heeft een interessante website waar zij alle verschillende feesten beschrijft. Leuk om daar even een kijkje te gaan nemen:
Er is zelfs een stukje op deze website over de Zwarte Piet dilemma momenteel hier in Nederland, voor belangstellende.
Interessant is even te noemen dat Zwarte Piet al in de vroege Middeleeuwen als helper van Sinterklaas zijn opwachting maakt – lang voor de ontdekkingsreizen, slavernij of kolonisatie! In Spanje werden in die tijd de invallen van Moren afgeweerd.
Zwarte Piet was dus vermoedelijk geen knecht maar een islamitisch handelaar, die de aartsbisschop van Myra  (Turkije) hielp bij onder andere het verspreiden van voedingswaren onder arme kinderen. Pas in de 19de eeuw verwerd hij tot de stereotype van de komische neger, schrijft afrikanist Louïse Müller. Dat is dan een heel ander beeld als een ondergeschikte slaaf!
Piet is een karakter vol vitaliteit. Hij is beweeglijk, speels en watervlug. Hij is wakker maar kan ook domme dingen doen omdat hij doet voor hij denkt. Hij is een echte plaaggeest, bruist van levensvreugde

In haar artikel ‘The Evolution of Zwarte Piet’ stelt de schrijfster van de website http://www.stnicholascenter.org/pages/zwarte-piet/ dat de schrijver Jan Schenkman in 1850 voor het eerst Zwarte Piet afbeeldde als een negroïde karakter.



In Duitsland, in het stadje St Blasien, is een mooi ode aan Nicolaus, Bischop van Smyrna  in het prachtige marmeren "Dom van licht en ruimte"















Ja, het is natuurlijk altijd al zo geweest dat tradities veranderen, door de tijden heen en ook als gevolg van de culturen waarbinnen zij levend blijven. Waar de veranderingen op een natuurlijke wijze plaatsvinden, is het meestal wel een gezond metamorfose. Soms evolueer een feest ook wanneer de omstandigheden veranderd zijn en een nieuwe fase ingetreden is. De mensen veranderen ook, en krijgen nieuwe inzichten. Zo verandert geleidelijk aan het idee van de zak waar stoute kinderen in gedaan worden en de roede waarmee ze zogenaamd geslagen worden, door nieuwe inzichten in een meer kindvriendelijke benadering.
Archetypische Oerbeelden
Wat echter belangrijk is om te weten, is dat het hier om oerbeelden gaan die wij niet lukraak moeten veranderen, of vanwege polities correcte dwangideeën. Dat lijdt er langzaam aan een foutieve beeldvorming zonder dat wij er van bewust zijn en ontstaan de karikaturen van Walt Disney (Santa Claus, Sneeuwwitje) die niets meer te maken heeft met de oorspronkelijke figuren.
Laat Piet niet veranderen vanuit een foutief beeldvorming, maar vanuit de waarheid dat achter het uiterlijke beeld schuilt gaat.
Arnold-Jan Scheer, journalist, televisiemaker en auteur van Wild Geraas kent vele verschillende tradities van het vieren van Sinterklaas en zijn knecht. Volgens hem is Zwarte Piet een archetype, net als Sinterklaas zelf, een hybride wezen, het resultaat van wat ze in de godsdienstwetenschap noemen: syncretisme. Hij speelt een rol, zoals iemand die de nar speelt of in travestie gaat tijdens carnaval. Daarmee worden ook geen vrouwen beledigd. Hij is de ongrijpbare knecht van Sinterklaas, de vrolijke tegenhanger, Tijl Uilenspiegel, Jack Sparrow, Pan, Arlequino (die ook een zwartgemaakt gezicht heeft), de sjamaan, de duivel zoals Rome hem afschilderde, de genezer. Hij is altijd sluwer dan de clerus, de magistraten, de intellectuelen en de mensen op posities, die hem tot slaaf proberen te maken, of met hem proberen te sollen.

Arnold-Jan Scheer zegt verder: Het zwartmaken van het gezicht tijdens de jaarwisseling gebeurt van Engeland tot Macedonië, ontdekte ik, tot op heden. En nog verder naar het oosten. In Perzië wordt de komst van het nieuwe jaar, van de tijd van Zara-thustra tot nu, gevierd met zich dwaas gedragende zwartgemaakte jongemannen die dansen in een felgekleurde hansop, een week lang. Wanneer deze zwartgemaakte mannen verdwijnen, verschijnt een grijsaard met een lange baard die geschenken brengt, waaronder kiemen en noten. Deze traditie wordt door de islam bestreden, maar op het platteland gevierd. Ook Iraniërs in Nederland doen dat. …. De geschiedenis begint niet in 1850. Als je alleen het laatste stukje ervan meeneemt, slaat deze hele discussie nergens op. Zwarte Piet is geen slaaf, integendeel. Hij laat zich niet temmen. Hij duikt steeds weer op. Hij is ongrijpbaar. Hij is van het volk.
Jij kunt hem ook zien als de hofnar ons bekend uit de middeleeuwen. Hij mocht de leden van de hofhouding en zelfs de koning uitdagen door zijn humoristische opmerkingen, zonder gestraft te worden. Vanuit een andere hoek kunnen wij hem zien als ons dubbel - hij maakt onze zwakheden zichtbaar.

Kortom, Zwarte Piet is de mens zelf, in zijn wordingsproces. 













Indien wij Piet willen veranderen, dan niet vanuit een foutief beeldvorming, maar vanuit de “ware ” geestelijke  beeld dat achter het uiterlijke beeld schuilt gaat.













Welke beeld gaat daar achter de Sint schuil?
Helaas zijn wij in de loop der eeuwen het natuurlijke vermogen om de beelden die achter de feesten schuil gaan herkennen, kwijt geraakt.
Men is het erover eens dat de sinterklaastraditie veel ouder is dan de 19de eeuw en dat het een internationaal fenomeen is. De meningen over de exacte oorsprong van het Sinterklaasfeest lopen zeer uiteen en verschillen natuurlijk ook van land tot land.

Al lang voor de Christelijke era hebben de Germanen de god Wodan vereerd. In de oude mythologische verhalen wordt er dikwijls naar een toekomst verwezen, als men in staat zijn deze beelden te herkennen, zal men ook weten dat er naar het komende neerdalen van een goddelijk wezen op aarde, het zonnewezen, Christus, verwezen wordt. Zo-ook kunnen wij kwaliteiten en wezens tegenkomen in deze verhalen, die verwijzen naar kwaliteiten van het menselijk bewustzijn of aspecten van de mensheidsontwikkeling, hiërarchische of goddelijke wezens.


Wodan of Odin behoorde tot het rijk der aartsengelen en was de leidende volksgeest van de Germanen. Wodan was de Alvader en de engelen stonden hem bij. De volkeren moesten ondersteund en begeleid wordt om tot “Ik-drager” te kunnen worden, in andere woorden om zelfbewustzijn te ontwikkelen.
De volksgeest Michael heeft aan het eind van de negentiende eeuw een nieuw taak op zich genomen en is daarbij ook zelf een stap verder in zijn ontwikkeling gekomen (als Archai). Hij is de leidende geest van onze tijdperk geworden. Michael is een heel bijzonder wezen. Hij was ook de bewaarder van de kosmische intelligentie. Deze heeft hij nu losgelaten en het is op aarde gekomen. Het is als het ware in handen van de mensheid gevallen! Michael heeft als grootse taak ook het tot stand te brengen van een nieuwe kosmopolitische vermenging van culturen. De grenzen tussen de volkeren en rassen moeten steeds meer vervagen en daardoor voelen wij ons uiteindelijk primair deel van de mensheid als geheel. Het is niet meer het bloed waardoor wij ons verbonden voelen met de ander, maar de geestelijke verwantschap.

  Michael heeft vele “gezichten” – wij kennen hem vooral als de overwinnaar van de draak (beeld voor de krachten die de mens aan het materiële willen ketenen) Hij is ook Michael met de weegschaal – dan weegt hij onze daden en dus in hoeverre wij het goede nastreven en het kwade laten. De schilder David Newbatt heeft een prachtige reeks van 12 schilderijen, elk met een ander aspect van Michael in ieder sterrenbeeld! 

Michael in het sterrenbeeld van de Vissen.
De gehele kosmos is hierbij betrokken, uitgebeeld door de zodiak of dierenriem.
Als contrast in de voorgrond figuren die op de vraag “Ben ik de hoeder van mijn broer” negatief reageren. In het middengebied zijn er vaagweg figuren zichtbaar die het tegenovergestelde uitbeelden. Zij nemen de zorg van hun broeder op zich.




Afb. David Newbatt, Michael als leidende geest in de huidige tijdperk.



Sinterklaas brengt het werk van Michaël in beeld, op een specifieke wijze in beeld, net zoals het verhaal van Sint Joris, dat op een andere wijze met andere beelden doet.
Michael verschijnt dus in vele vormen. De Germaanse mythologie heeft hem Odin (Wodan) genoemd. De zoon van Wodan, Widar speelt hier ook een belangrijk rol. Widar is de beschermengel van de Boeddha! (Wie hier meer over willen lezen verwijs ik o.a. naar GA 114, GA 130 van de werken van Rudolf Steiner, het boek van Alice Woutersen-van Weerden, “Tussen Wodan en Widar”, Prokofieff’s “Cycle of the Year as Path of Initiation Leading to an Experience of the Christ-Being: An Esoteric Study of the Festivals “ ) De beschermengel van Boeddha krijgt een nieuwe taak omdat Boeddha zijn aardse incarnaties voltooid heeft. Hij zou naar een volgende rangorden kunnen gaan, maar hij bleef vanuit de geestelijke wereld met de Boeddha samenwerken om de geboorte van het Jezuskind voor te bereiden.

Zo beschrijft Alice Woutersen-van Weerden dat Michael ’s daad van de overwinning over de draak, een is van het verleden en dat Widar zijn taak, het overwinnen van de Fenris-wolf, een is van de toekomst. Tussen deze twee gebeurtenissen in, is de offerdaad van Christus gebeurd, zodat de mens de mogelijkheid krijgt om zijn individuele ik-ontwikkeling te ontwikkelen. Het is een wederzijdse taak.

Widar kan de leugenwolf verslaan indien wij mensen onze overschotkrachten hiertoe beschikbaar stellen. Widar overleefd was een van de weinige de schemering van de goden, Ragnarok. Zijn taak licht in de toekomst. Hij kan de leugenwolf overwinnen met de kracht van een schoen gemaakt uit stukjes overschot leder van de schoenen van de mensen. Schoenen zijn vaak een beeld voor ‘de levensweg’ Wanneer de mensen dus iets van hunzelf afstaan, kan Widar zijn taak uitvoer- vandaar de overschotkrachten.


De sluimerende, verduisterde bewustzijnskrachten komen tot ontwikkeling. Het egoïstische lagere ik wordt overwonnen, gezuiverd en gestuurd door de bewustzijnskrachten. Daarom heeft Sinterklaas een witte baard, een wit kleed en een witte schimmel. Zijn paard brengt hen overal snel waar hij wilt zijn, Wodan had zijn achtvoetige paard.





Wodan had twee raven die de wereld bespiedde en alles wat er gebeurde aan hem overbracht – boodschappers. Zo heeft de Sint zijn Pieten….

Sinterklaas schenkt met een warm hart aan de kinderen cadeaus. In zijn boek (beeld voor het Akasha kroniek waar alle daden van de mensen zichtbaar zijn. Het zijn deze beelden van ons eigen handelen en gang door het leven, die wij na de dood weer schouwen) Met een lach en wat humor worden de kinderen bewust gemaakt waar zij aan moeten werken in zichzelf. Bij dit alles heeft de Sint de hulp van zijn knecht(en) nodig. Ook zij geven zonder aan zichzelf te denken aan de kinderen, zij strooien zoetigheid rond. De pepernoten waren vroeger iets pittiger en minder zoet als hedendaags het geval is. Het hoort bij dit feest omdat de pittige kruiden, de peper en het zout een wakker makende werking heeft.
De volwassenen schrijven aan elkaar gedichtjes bij de cadeaus die zij elkaar schenken. Op humoristische wijze wordt aangegeven waar de ander misschien een tekortkoming heeft of een minder gewaardeerde eigenschap waaraan gewerkt zou moeten worden. De Sint strijkt over zijn hart en geeft uit overschotkrachten.
Jij zou kunnen zeggen dat wij onderweg zijn om van Piet tot Sinterklaas te worden. De mens op weg naar zijn hogere Ik.


De eerste adventsweek valt samen met het Sinterklaasfeest. Het lichtkind wordt straks in ons geboren. Er moet plaats voorbereidt worden hiervoor in onze innerlijke wezen, wij kunnen elkaar vergeven en met een schone lei weer beginnen.





maandag 4 november 2013

Artikel over Sint Maartin

Sint Maarten, nabijheid van een wereld over de drempel


Afbeelding: Whistler Waldorf School-  Grade 2, Mrs Reynolds

Het Sint Maartensfeest valt in de  novembermaand. Met Allerheiligen en Allerzielen op 1 en 2 november begint er een periode waarin de wereld van de doden heel dichtbij komt. Dat sluit aan bij uiterlijke ervaringen in de natuur. Het plantaardige en dierlijke leven trekt zich terug en laat ons een herinnering, maar ook een verre toekomstverwachting.
Haarlem in de jaren vijftig. Het is november en ge­meen koud. Met een vriendje loop ik op straat en ik houd een lampionnetje in de hand. Het kaarsje dat er middenin zit blijft moeilijk aan, want het waait nogal en ik kan van de kou het stokje niet stil houden. We spreken af dat ik als tweede zal gaan, zodat hij mag aanbellen. Het is bij mensen waar al­tijd zo’n muffe geur uit huis komt en het idee om daar nu juist snoep van te krijgen trekt me niet echt aan. Maar kom, het is voor het goede doel, na­melijk de snoeptrommel en braaf zingen we ons liedje. We blijken de tweede aanbellers die avond en dat ontmoedigt toch tijdens het zingen. Geluk­kig duurt het niet lang, want mevrouw vindt het al­lang best en maakt duidelijk dat het ‘écht prachtig’ was en dat ze gauw iets zal halen. Omdat het zo koud is komt het wel goed uit dat we verder mo­gen en het gevoel van concurrentie doet onze snelheid aanzienlijk toenemen. In draf rennen we langs de huizen, zingen snel ons deuntje en in mijn herinnering was dat niet anders dan ‘Sint Maarten, Sint Maarten, de koeien hebben staarten, de meis­jes hebben rokjes aan, daar komt Sinte Maarten aan’. Daarna begon het weer van voorafaan, en de tekst heeft me nooit volledig bevredigd. Ik miste de diepgang, maar ik begreep ook eigenlijk niet waar het op sloeg. Het was meer een soort bezwe­ringsformule, waarmee je buurtgenoten snoep en fruit uit de zak trommelde. Toch was het steeds spannend, want het lopen met een lichtje in de donkere avond heeft iets ongewoons en je moest steeds slikken als de deur openging en het liedje opnieuw ingezet werd. Iets om bang voor te zijn blijkbaar, een soort zenuwen, direct lijkend op plankenkoorts. Ik herinner me ook een keer dat ik niet durfde, omdat ik er te oud voor werd en niet meer met een lampion voor gek wilde lopen, en dat de concurrentie bij ons aanbelde. Zelden heb ik kinderen zo benijd als toen, omdat zij het snoep van mijn eigen moeder kregen en ik niet. Het werd ineens nog kinderachtiger dan ik al vond. De laatste keer heb ik vol overtuiging gelopen en gezongen, maar toen had ik me als zwarte Piet vermomd, een opzettelijk abuis dat mijn ouders me nogal kwalijk namen maar ik voelde me veilig achter de façade van een ander jaarfeest. Sint Maarten verdween achter de horizon om pas weer tevoorschijn te komen toen mijn kinderen zover waren dat ze met een
lam­pion of uitgeholde voederbiet over straat mochten lopen. Het was pas in die tijd dat ik ontdekte dat deze manier van Sint Maarten vieren in Nederland niet algemeen gebruikelijk was en dat ik het geluk had gehad in Haarlem op te groeien, waar het als traditie nog leefde.
Eerste heilige
Er zijn nogal wat liedjes over Sint Maarten, maar daaruit wordt niet duidelijk wat hij voor een mens geweest is. Een volksheilige wordt Martinus van Tours genoemd, omdat hij zo tot de verbeelding sprak door een ogenschijnlijk eenvoudige daad van barmhartigheid en naastenliefde. Hij leefde ongeveer van 316 tot 400 en op zestienjarige leef­tijd ontmoette hij voor de stadspoort van Amiens een halfnaakte en totaal verkleumde bedelaar. Met zijn zwaard sneed hij zijn rode soldatenmantel in tweeën en gaf de arme, die een aalmoes vroeg, de helft. Hoewel niet gedoopt, was Martinus leerling in het christelijk geloof en ‘s nachts zag hij Christus met zijn weggeschonken mantelhelft, die tot hem sprak: ‘Wat je aan de bedelaar gaf, heb je aan mij ge­geven. ‘
Voor deze sterfelijke daad werd hij als eer­ste heilige in de historie vereerd. Het was in die tijd kennelijk iets volkomen nieuws om zo’n daad van liefde voor de medemens te stellen. Het duurt nog lang voordat Martinus na intensieve innerlijke scholing tenslotte de bisschopsmantel ontvangt. In de sprookjeswereld kom je het motief van schenken in deze zin tegen in Grimms Sterren­daalders. Een arm klein meisje, dat niets meer be­zat op deze wereld dan haar kleren en een stuk brood, trekt vol vertrouwen het veld in. Ze ontmoet vijf mensen die haar om een gunst vragen: een arme hongerige man schenkt ze de helft van het brood, een verkleumd kind krijgt haar mutsje, een volgend kind mag haar borstrok aan, weer een kind ontvangt haar rokje en tenslot­te in een donker bos wordt door een laatste kind haar hemdje gevraagd. Toen ze helemaal niets meer had, stond ze open en bloot onder de hemel en de sterren vielen als zilveren daalders op haar neer. In een nieuw linnen hemdje, dat ze plotse­ling ontving, kon ze de daalders verzamelen en in rijkdom de rest van haar leven slijten.
Dergelijke legenden en sprookjesbeelden spreken een taal die dieper is dan het beeld in eerste instan­tie doet vermoeden. De mantel en hemdjes zijn di­recte omhullingen voor de mens en je kunt ze als beeld opvatten voor lagen van de ziel. Je moet vaak veel afleggen en jasjes uittrekken voordat er iets zichtbaar wordt van de echte mens in je, de wezen­lijke kern waar het om gaat. Pas na het volledig wegschenken van alle schijnlagen kom je helemaal op jezelf te staan en kan een ontlediging, om met de middeleeuwse mystici te spreken, plaatsvin­den. Hierin kan dan een binnenwereld ontstaan die ons weer verbindt met een oorspronkelijke wereld. In zo’n situatie bevinden zich Martinus en het sprookjesmeisje en het goddelijke openbaart zich aan hen op verschillende wijzen, als visioen of als geschenk uit de hemel.
In ons dagelijks leven zullen we niet gauw jassen halveren en wegschenken, of anderszins funda­mentele offers brengen. Toch kun je in de situatie verkeren, aan de grens van je bestaan gekomen, dat je even een inspiratie ‘van boven’ ontvangt en een soort hulp of beloning krijgt waarmee je weer verder kunt. Dat kan in een ernstige crisis zijn, waardoor je gedwongen wordt bijna allezekerheden die je hebt op te geven. Op het aller­laatst kan je die kern van jezelf te pakken krijgen, waardoor je weer levenszekerheid hervindt. Of dat kan zijn als je voor een stervensmoment komt en je op het punt staat je leven te offeren. Op zulke momenten (zie het werk van onder andere Elisabeth Kübler-Ross) wordt de ervaring van een an­dere wereld heel tastbaar en reëel. Achter ons ge­wone bestaan blijkt dan een wereld te verschijnen, waarin licht en goedheid een overweldigende ge­nadekracht schenken. Wellicht moeten we eerst sterven, zoals het sprookje van de Sterrendaalders doet vermoeden, om de volledige ervaring van een inspiratieve wereld te ondergaan. Martinus krijgt een stukje daarvan te pakken door zijn daad, waardoor kennelijk een kracht wordt losgemaakt die bijzondere vermogens schenkt.
Vergankelijk
Het is in dit licht niet verwonderlijk dat het Sint Maartensfeest valt in de novembermaand, die van­ouds als doods- of slachtmaand bekend staat.
Al­lerheiligen op 1 november en Allerzielen op 2 no­vember luiden een periode in waarin de wereld van de doden heel dichtbij komt en vaak bewust wordt herdacht. De innerlijke ervaring van de na­bijheid van de dood en dus de nabijheid van een wereld die over de drempel van het gewone leven gaat, sluit aan op de uiterlijke ervaringen in de na­tuur. Het stervensproces is in volle gang, al het plantaardige en dierlijke leven trekt zich terug in de aarde, die in al zijn contouren voor ons ver­schijnt: boomskeletten, een kalende grond temid­den van vergevorderde rottingsprocessen, een wegstervende kleurenwereld na de laatste herfstopbloei, dieren in winterslaap, zaden en poppen. Alles wordt weer in de kiem en tot de kern terug­gebracht en alles laat in ons enerzijds herinnering en anderzijds verre toekomstverwachting achter.
De toverspiegel van de zomer die de natuur ons voorhield, is verdwenen, waardoor de essentie overblijft. Door dit uiterlijke gebeuren worden we in onze binnenwereld ook naar de essentie ge­bracht en niets is beter geschikt om dat op te spo­ren dan de vergelijking tussen de vergankelijkheid van je eigen bestaan en de eeuwigheid van de ge­storvenen. Op zulke momenten kun je vaak scher­per doorzien wat wezenlijk en onwezenlijk aan je eigen leven is dan op andere momenten van het jaar. Op een interessante manier worden de doodskrachten in de natuur zichtbaar gemaakt door kiemproeven met granen. Ik heb aan roggeplanten kunnen zien hoe de kiemkracht in de maand november opvallend lager is dan in de maanden ervoor en erna. Zo kun je een proefreeks opstellen, waarbij percelen ingezaaid worden in de maanden van het dalende licht, vanaf augustus tot december en de daaropvolgende maanden met stijgend licht, vanaf de winterzonnewende op 22 december. Met name de novemberplanten blij­ven wat kieming en ontwikkeling betreft
opval­lend achter bij de overige. Op het eerste gezicht zou je verwachten dat de donkerste december­maand of de koudste maanden januari en februari een dergelijk resultaat opleveren, maar kennelijk is voor november in het natuurlijke jaarverloop een speciale plaats ingeruimd.
Verwachting
Het beeld van de uitgeholde voederbiet met een lichtje erin sluit aan bij de stemming en kwaliteit van de novembertijd. Diep verborgen in de aarde, in de kern van een biet, wordt gewezen op een teer licht dat voorzichtig behoed moet worden waar een kiemachtige verwachting van uitgaat. In de zielenwereld komt nu de ruimte om tot een ontluikende essentie te komen. Bij Martinus is het de naastenliefde als jonge en nieuwe kracht, die nog zo onzegbaar is, dat je er nog geen duidelijke begripsmatige invulling voor weet.
Met advent begint er een duidelijker vorm voor die verwachting te komen en gaandeweg neemt het licht in duidelijkheid en sterkte toe. De enkele kaars op de eerste advent brandt niet in het onderaardse wortelgebied, maar staat in de open ruimte hoog in de adventskrans. Het wekelijks toenemende kaarslicht vindt zijn hoogtepunt in de kerstboom, waarin plotseling een zee van licht is opgenomen in de totale gestalte van een boom. Een ritmische ordening wordt daarin zichtbaar van de strenge laagsgewijze takopbouw van de conifeer. Net zoals Sint Maarten veertig dagen voor Kerstmis valt, is veertig dagen erna als een soort symmetrische spiegeling het laatste lichtfeest te vinden in de vorm van Maria Lichtmis (‘candlemas’ bij de Engelsen), een wat onbekende vertegenwoordiger uit de kringloop van jaarfeesten. Daar worden dan de kaarsresten verbrand op het water buiten, of drijvend in schalen in huis. Een gebruik daarbij is dan het springen over de zee van vlammetjes om een soort overwinningsgevoel te krijgen over het licht dat nu in de volle openbaarheid is gekomen.
Drie stappen zie je zo verschijnen, die met drie verschillende aspecten van onszelf in verband staan. Eerst het omhulde, verborgen lichtje, te vergelijken met ons denkleven waarin je op zoek bent naar het lichtje dat ineens ‘opgaat’ en waarin je alleen nog maar kunt vermoeden dat er iets diepers achter zit. Dan het op ritmische wijze geordende licht van de kersttijd waarin duidelijk is geworden waarop het zich richt, het Christuskind als toekomstwezen, waarin met name ons gevoelsleven wordt aangesproken in de innigheid van het kerstfeest. En tenslotte het open en uitbundige licht op 2 februari waarin deze lichtperiode wordt afgesloten en het voorafgaande in daden kan overgaan.
Het wilsmatige daarvan, de bewegingsdynamiek uit zich dan in het springen over het vuur.
Daar komt nog bij dat deze drie gebeurtenissen met verschillende dagdelen samenhangen. Sint Maarten is een typisch avondfeest, wanneer de duisternis net is ingevallen, op een moment dat de dag tot bezinning uitnodigt.
Kerstmis is een nachtfeest gezien de nachtelijke geboorte en de oorspronkelijke ervaringen van de herders.
Maria Lichtmis is traditioneel een morgenfeest waarin juist geen bezinning, maar daadkracht wordt gevraagd.
Zo bezien breekt er met Sint Maarten een tijd aan die het begin is van een lange groeiperiode van innerlijk licht, terwijl het uiterlijke zonlicht  steeds sterker afneemt.                  
(Willem Beekman, Jonas nr. 5, 31-10-1986)

Overgenomen uit:

vrijdag 1 november 2013

St Maarten, een feest voor iedereen



Lied voor Sint Maarten's Spel



Sint Maarten, Sint Maarten,

Sint Maarten reed door sneeuw en wind

Zijn vurig paard droeg hem gezwind,

Sint Maarten reed met licht gemoed
Zijn mantel dekt hem warm en goed.
Een oude, een oude,
een oude man zat langs de baan
en sprak de ridder smekend aan:
"Acht, help mij toch uit deze nood,
`k vind in deez'harde kou mijn dood.
Sint Maarten, Sint Maarten,
Sint Maarten innig aangedaan
blijft voor de arme beed'laar staan.
Hij trekt zijn slagzwaard uit de schee
en snijdt zijn mantel glad in twee.
Sint Maarten, Sint Maarten,
Sint Maarten geeft vol medelij
hem 't grootste stuk en rijdt voorbij.
Sint Maarten reed met licht gemoed
Zijn halve mantel dekt hem goed.
Sint Maarten, Sint Maarten,
Sint Maarten van zijn tochten moe,
legt zich te rusten welgemoed.
Tot loon van 't geen hij heeft verricht,
ziet hij des nachts een helder licht.
Een oude, een oude,
een oude man verschijnt voor hem
en spreekt met zachte hemelstem:
"Ik ben de Goede God, gij gaaft mij
dees mantelhelft uit medelij!"
Link:
Een schat aan liedjes, activiteiten en achtergrond informatie te vinden op Tineke's Doehoek:
http://www.doehoek.nl


Foto van de Vrije School Michael Bussum












Een mooi voorbeeld van het lied van Sint Maarten, zijn verhaal gezongen in het Engels:
Lied van Sint Maarten
















Het feest van Sint Maarten wordt wijdverbreid gevierd
Link:
Een wijdverbreidt feest




vrijdag 25 oktober 2013

Wie is Zwarte Piet?

Zwarte Piet, een geliefde en zeer gewaardeerde kindervriend. Hij is een beeld van het onbezonnen, goedwillende maar soms ten spijten van zichzelf, over de touw trappende kinderwezen! Een echte sanguinischer dus! En wat is meer typisch voor het wezen van het kind?
Zwarte Piet heeft altijd goede bedoelingen – zo ook ieder ongeschonden kind.
Zwarte Piet helpt en bevordert het goede met al zijn hartenkracht - zo ook ieder ongeschonden kind.
Zwarte Piet komt weleens in de problemen en dan moet Sinterklaas hem eventjes streng (maar altijd goedmoedig) aanspreken – welke kind ervaart dat niet?
Zwarte Piet berispt een overtreder weleens – ieder kind weet dat spijt altijd te laat komt. Hij denkt immers niet vooraf na over de gevolgen van een impulsiviteit….. En welke kind wijst niet weleens een ander aan als hij overtreedt zonder te bedenken dat hij het zelf ook weleens overkomt?
Zwarte Piet is een beeld voor het ontluikend kinderlijk geweten en steunt de vorming ervan. Een wakkermakertje dus.
Zwarte Piet geniet van grappen en grollen, is gul (strooit lekkere dingen in het rond)

Kortom, Zwarte Piet is een prachtige, voorbeeld gevende figuur, dat ontstaat is uit de volkstraditie. Een geschenk uit de hemel!

Laten wij hopen dat de volwassenen altijd zullen blijven begrijpen hoe om met dit prachtige kinderfeest om te gaan.

Pieterbaas heeft veel pret en plezier














Zwarte Piet verliest zijn Pepernoten

Pieterman, jij brengt veel pret en plezier

Daarom ben jij altijd welkom alhier!

Maar Zwarte Piet, wiedewiedewiet

Heeft zo een verdriet,



Wat is er toch aan de hand, Piet?

Ag, zegt Piet,

" Ik vind mijn zak met pepernoten niet.

Waar is het toch gebleven,

Wat kan ik de kinderen nu geven?

Ik heb al weer een dommigheid begaan,

Kijk, daar komt Sinterklaas al aan.

Wat zal hij zeggen?

Hoe kan ik het hem vertellen?

Ik heb geen strooigoed om te gooien,

Geen zoetigheid om te strooien."

" Lieve Sint", vertelt Piet,

Ik zit al weer fout

En hoezeer het mij ook benauwd

Ik moet bekennen, mijn pepernoten zijn weg

Ach, waarom heb ik toch zo een pech?"



Maar Sint schudt zijn hoofd en lacht luid. "

Piet, wat ben jij toch een schavuit!

Kijk toch goed om je heen, heus,

Het licht vlak voor je neus."



Piet kijkt om zich heen maar hij ziet niets

Hoe begrijp je nu zoiets?

" Piet, kijk eens op je bed. Wat ligt er bovenop, dan?

Piet wat ben jij toch een slome slaapkop, man!"



En toen zag Piet het pas,

Hij dacht dat het zijn kussen was!

Daar lag zijn pietenzak vol pepernoten!

Piet zwaait zijn zak over zijn rug

En rende achter de Sint aan, vliegensvlug.