woensdag 19 januari 2011

De 12 Heilige nachten

Dromen tijdens de Twaalf heilige nachten

Tekst: Calista van Amerongen
Gepubliceerd in: Seizoener, winternummer 2007

De Twaalf heilige nachten kennen wij tegenwoordig als de nachten tussen 25 december en 6 januari, de tijd die de drie koningen nodig hadden om vanuit het oosten aan te komen in Bethlehem, waar in de kerstnacht het kind Jezus was geboren. En precies midden in deze periode vieren wij onze jaarswisseling. Deze opvatting is echter pas na de kerstening ontstaan. De impact van de Twaalf nachten is in vroeger tijden veel groter geweest dan wij in onze tijd nog ervaren. Misschien wordt het tijd eens te luisteren naar wat onze voorouders over deze heilige nachten te vertellen hebben.

De Twaalf nachten waren al een begrip bij onze verre voorouderen. Deze heidenen kenden geen nieuwjaarsdag. Zij vierden de overgang van het oude in het nieuwe jaar met een feestperiode van twaalf dagen en nachten. Zeer waarschijnlijk is Oud & Nieuw zelfs het oudste feest ter wereld dat in verschillende tradities op evenzo verschillende wijzen wordt gevierd. Bij de Germaanse volkeren lag het hele maatschappelijke leven gedurende die twaalf dagen en nachten stil. Gebeurde dit niet, dan geloofde men dat dat ongeluk bracht. Er mocht geen graan gedorst worden, omdat anders al het koren zou bederven zover als men het dorsen kon horen. Men moest niet uit een open bron drinken, hoesten moest men in een bak, een emmer of een ton, omdat het anders ziekte zou brengen en een vader mocht zijn kind niet uit het oog verliezen, omdat het anders zou veranderen in een watervat of tobbe. Ook tussen vijanden heerste in deze dagen een wapenstilstand, die vaak zelfs wettelijk verplicht was, en in de huishoudens gold het als het oproepen van onheil, wanneer men tijdens deze twaalf dagen en nachten de was deed, brood bakte of peulvruchten at.

Voorspellingen

De twaalf dagen tussen Kerst en Driekoningen heetten in vroegere eeuwen ook wel ‘lotdagen’. Om de toekomst te kennen begaf men zich tijdens deze dagen zwijgend naar een wegenkruispunt waar men luisterde en lette op voortekens die zowel het weer als ook andere gebeurtenissen aanduidden. Het woord ‘lot’ duidt hier niet op noodlot, maar wordt gebruikt in de oude betekenis van ‘luister’. Elke nacht gaf een voorspelling voor een van de komende twaalf maanden. Dromen tijdens de Twaalf heilige nachten zouden hetzelfde voorspellende karakter hebben. Oeroude overleveringen verhalen van geesten van de gestorvenen die in de nachten de levende mensen bezoeken.

Zielservaringen

Volgens de antroposoof Rudolf Steiner waren het juist deze natuurmensen uit vroegere tijden die nog verbinding hadden met de kosmos. In een voordracht uit 1913 zegt hij dan ook dat er in de volkspoëzie nogal wat te vinden is ‘over ziele ervaringen tussen Kerstmis en Driekoningen. Dat is de tijd dat de grootste duisternis zich, onmiddellijk na de zonnewende, over de aarde heeft verspreid. Als de zon na haar diepste onderdompeling dan weer aan haar zegetocht begin, kan met de bevrijding en verlossing van de natuur ook de menselijke ziel heel bijzondere ervaringen hebben.’ Wij, in onze verstedelijkte samenleving, hebben die verbinding met de natuur allang verloren. Toch zou je, als je je er bewust van bent, kunnen ervaren dat deze Twaalf nachten anders aanvoelen dan andere nachten.

Tijd voor bezinning

Ook vanuit astrologisch oogpunt zijn de Twaalf heilige nachten van oudsher in onze cultuur een bijzondere tijd. Zij vormen de dagen die ons zonnejaar van 365 dagen laat aansluiten op het maanjaar van twaalf maanden. De synodische maanomloop, dat wil zeggen de tijd van bijvoorbeeld volle maan tot volle maan, bedraagt 29,5 dag. Twaalf maal 29,5 is 354; een verschil van elf dagen. Deze werden gezien als restdagen, als extra tijd. Tijd voor bezinning, om even terug te houden. We kunnen dat ook zien in de ontwikkeling van de lengte van de dagen. Met midwinter, 21 december, hebben we de langste nacht en de kortste dag, waarna de dagen in principe weer gaan lengen. We zien dan echter dat de lengte van de dagen rond kerst een aantal dagen lang vrijwel constant blijft. Net alsof ook de zon even op de plaats rust houdt.

Metafoor

Heel de aarde lijkt dus in ruste. Maar schijn bedriegt. De aarde is een levend organisme, dat net als de mens, net als het tij van eb en vloed een in- en een uitademing kent. Wat ademt de aarde dan in en uit? Welnu: scheppingskrachten, levenskrachten. Dat is ook te zien aan de bomen en bloemen en de geboorte van jonge dieren. ’s Winters trekken deze scheppingskrachten zich terug in de aarde. Niet om daar in slaap te vallen, maar om daar, zoals ook het verhaal van de Wortelkindertjes ons verteld, voorbereidingen te treffen voor weer nieuw leven. De winter is dus de periode dat de krachten in de aarde het sterkst zijn. Daardoor kan de Christuskracht, of zo je wilt de geesteskracht, zich met die aardekrachten verbinden. Het is dan ook niet zomaar dat Jezus in de winter, in die ingeademde periode, is geboren. Het hele kerstverhaal zou je kunnen zien als een metafoor voor wat er gebeurt op het moment dat de levenskrachten in de aarde zitten. Maria die een boodschap krijgt van de engel, de geesteskracht die op aarde incarneert, de herders die allen in hun droom een boodschap hebben gekregen, de twaalf dagen die de driekoningen over hun reis doen… Er wordt gezegd dat in deze periode de sluier tussen hemel en aarde het dunst is. Dit lijkt overeen te komen met de ervaringen van onze heidense voorouders die in die nachten wel degelijk iets bijzonders ervoeren, maar door gebrek aan kennis niet verder kwamen dan het te benoemen als demonen.

Droomlied

Wie zijn ervaringen wel prachtig kon verwoorden was Olav Åsteson die in een sage van het Noorse volk leeft. Zijn ‘Droomlied’ is opgetekend uit de mond van de Noorse bevolking en speelde waarschijnlijk rond het jaar 1000. In het lied zoals wij dat nu kennen wordt Olav in 48 verzen geschilderd als de ingewijde die in de Twaalf heilige nachten een mysterieslaap doormaakt. ‘Hij legde zich in de kerstnacht neer en slaap kreeg hij, zo sterk, ontwaakte niet voor de dertiende dag toen ’t volk al ging ter kerke. En dat was Olav Åsteson, Geslapen heeft hij lang.’ (vers 2) Volgens het lied ging Olav op de dertiende dag – Driekoningen- naar de kerk om de gemeente te delen in zijn belevenissen. Zo vertelt hij over zijn komst tot aan de poort van de dood. Hoe hij neerdaalde tot in het diepst van de aarde en opsteeg op naar wolkenhoogte. ‘Ik ben tot in de wolken geweest en diep in het zwarte slijk, ik heb er de hete hel gezien en een deel van het hemelrijk. De maan schijnt helder, steeds verder wijken de wegen.’ (vers 11) Ook beschrijft het droomlied hoe Olav via de hemelbrug de kloof tussen de menselijke en de kosmische wereld oversteekt. Dit voedt de gedachte dat gedurende de Twaalf nachten de verbinding van onze aardse wereld met de geestelijk wereld het meest intens is. En dat als je je hiervan zeer bewust bent, je dat zelf ook kunt ervaren. Bijvoorbeeld door middel van voorspellende dromen. Dat dat niet alleen iets uit het verleden is, illustreert het werkboek Fluisteringen van Licht van Christine de Vries. Hierin moedigt zij deelnemers aan hun dromen tijdens de Twaalf nachten op te schrijven. Een ervaring wordt als volgt beschreven: ‘Ik beleef het als ik buiten in de natuur ben en in mijn nachtelijke dromen. Een paar jaar geleden werd ik me dit bewust. Vanaf dat moment ging ik tijdens die bijzondere nachten slapen met een vraag en met de wens alert te zijn op mijn dromen. Dit betekent de tijd nemen om wakker te worden en dan niet teveel draaien in bed om bij mijn dromen te blijven. Meteen schrijf ik steekwoorden op en denk niet ‘dat onthoud ik wel voor straks’, want de meeste dromen ontglippen wanneer ik uit bed stap. De ene morgen lukt het me beter dan de andere. Al een paar jaar achter elkaar merk ik dat de thema’s van de dromen al een sluier oplichten van de thema’s van mijn leven in het nieuwe jaar. De ontvankelijkheid voor wat ‘van al zo hoge’ komt, is groot. Groter dan anders.’ Door de ervaringen van onze voorouders te kennen, kunnen we de Twaalf heilige nachten met nieuwe, open, ogen bezien. Ik wens iedereen lange nachten vol mooie dromen toe.

Bronnen:

• Een gesprek met Henk van Oort, oud-vrijeschoolleraar en auteur van het boekje ‘Antroposofie, een inleiding’ • Het droomlied van Olav Åsteson, met twee voordrachten van Rudolf Steiner, 1981, Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist. • Fluisteringen van licht, werkboek creatief schrijven en mediteren voor de tijd van Advent en Kerst 2007/2008, Christine de Vries, 2007, A3 boeken, Geesteren. • De Wortelkindertjes, Freddie Langeler, Gebr. Kluitman, Alkmaar • De digitale snelweg





De Heilige Nachten: een tijd van bezinnen

Zoals in veel oude culturen al bekend was, is de tijd van 24 december tot 6 januari een periode van ‘wereldrust’, de aarde zelf is gevat in innerlijke stilte. Juist tijdens 'de Heilige Nachten', staat de hemel als het ware open en kan ieder mens zich gemakkelijker verbinden met spirituele impulsen.

"Zo kunnen de Heilige Nachten jaarlijks een periode van bezinning (verleden) en bezieling (toekomst) vormen. Je kunt de ‘tijd van de heilige nachten’ ingaan met een persoonlijke vraag, een ‘levensvraag’ waarmee je worstelt, of een vraag ‘aan de toekomst’. Een klein ritueel kan je helpen om in een passende, ‘innerlijk verstilde stemming’ te raken/blijven op de momenten dat je met deze (of andere vragen) probeert te leven. De tijd voor het slapen gaan en na het wakker worden zijn van belang…Brand iedere avond een kaarsje en wees stil. Kijk met aandacht naar een mooi beeld (kunstwerk, ansichtkaart, ikoon), lees iedere avond in een passend boek, stukjes uit het Nieuwe Testament, of een andere inhoud die voor jou essentieel is. Noteer na het wakker worden de stemming waarin je ontwaakte, beelden, dromen of gevoelens waarmee je wakker werd. Proef in jezelf juist in deze dagen en nachten: aan welke mensen moet ik ‘opeens’ denken, wie komt er op mij toe (met een telefoontje, een brief, of in je bewustzijn); komt er in je naar boven dat je dit-of dat met die-of-die persoon juist nu toch echt wil regelen/goed maken/in beweging brengen?"

[Geciteerde tekst uit: ABC Magazine 23, een digitale uitgave van ABC Antroposofie (abonneren kan via: bestellingen@abc-antroposofie.nl)]

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen